1. Met uitzondering van de voorzitter ontvangen de leden van de commissie, voor zover geen ambtenaar, per vergadering een beloning op basis van het
Vacatiegeldenbesluit 1988en de daarop gebaseerde voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geldende bepalingen, waarbij de commissie als algemene commissie in de zin van het
Vacatiegeldenbesluit 1988wordt aangemerkt. De vergoeding bedraagt het maximum dat geldt voor een algemene commissie.
2. De voorzitter van de commissie ontvangt een vaste vergoeding op grond van
artikel 3 van het Vacatiegeldenbesluit 1988en de daarop gebaseerde voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geldende bepalingen. De beloning wordt bij Koninklijk Besluit nader geregeld.
3. In aanvulling op de in het eerste lid genoemde vergoeding, ontvangen leden die buiten Nederland woonachtig zijn een vergoeding voor daadwerkelijk gemaakte reis- en verblijfskosten. Hierbij dient als richtlijn het
Reisbesluit buitenlanden de
Reisregeling buitenlandgenomen te worden.