BWBR0022459
Geldig vanaf 2007-09-01
Artikel 35
Besluit mandaat keuringsdiensten
De managers, de technisch coördinator, de teamleiders en de vakspecialisten van de NAK zijn bevoegd namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. de vergunning voor het elektronisch aanvragen van inspecties, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
b. de mededelingen en aanzeggingen bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
c. het besluit, bedoeld in artikel 2 van de Regeling bestrijding schadelijke organismen, indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
d. de toestemmingen en de aanwijzingen, bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
e. de verklaring, bedoeld in artikel 5 en 6 van de Regeling bruin- en ringrot 2000;
f. de registratie, bedoeld in artikel 17, dan wel de doorhaling van de registratie, bedoeld in artikel 19 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
g. het aanmaken, drukken of nadien bewaren van plantenpaspoorten, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
h. het gebruiken van plantenpaspoorten als bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
i. de besluiten, bedoeld in artikel 20a, derde tot en met zevende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
j. het besluit, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, voor zover betrekking hebbend op de vermelding op een fytosanitair certificaat, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEU L 166).
a. de vergunning voor het elektronisch aanvragen van inspecties, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
b. de mededelingen en aanzeggingen bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
c. het besluit, bedoeld in artikel 2 van de Regeling bestrijding schadelijke organismen, indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
d. de toestemmingen en de aanwijzingen, bedoeld in het Besluit bestrijding schadelijke organismen indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
e. de verklaring, bedoeld in artikel 5 en 6 van de Regeling bruin- en ringrot 2000;
f. de registratie, bedoeld in artikel 17, dan wel de doorhaling van de registratie, bedoeld in artikel 19 van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
g. het aanmaken, drukken of nadien bewaren van plantenpaspoorten, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
h. het gebruiken van plantenpaspoorten als bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
i. de besluiten, bedoeld in artikel 20a, derde tot en met zevende lid, van de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten;
j. het besluit, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, voor zover betrekking hebbend op de vermelding op een fytosanitair certificaat, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEU L 166).