BWBR0022370
Geldig vanaf 2007-08-08
Artikel 3
Subsidieregeling personele gevolgen Wmo
Subsidie wordt slechts verstrekt indien:
a. sprake is van ernstige nadelige sociale gevolgen, waaronder (dreigend) collectief ontslag, zoals bedoeld in: artikel 53 CAO-Thuiszorg danwel; artikel 2.5 of 2.6 CAO Sociale Begeleiding V&V dan wel; Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO), ten gevolge van een aanbesteding huishoudelijke hulp van een gemeente of samenwerkende gemeenten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning, die voor 1 mei 2007 is gestart door middel van een publicatie van de aankondiging tot de aanbesteding;
b. scholings-, herplaatsings- of mobiliteitsbevorderende maatregelen lokaal zijn overeengekomen in sociale plannen tussen werkgevers- en de werknemersorganisaties;
c. de subsidieaanvrager kan aantonen dat hij overleg heeft gehad met de voor de aanbesteding verantwoordelijke gemeente(n), om te bezien welke (financiële) bijdrage de gemeente(n) kan leveren bij de uitvoering van de scholings-, herplaatsings- of mobiliteitsbevorderende maatregelen, genoemd in onderdeel b en
d. de subsidieontvanger kan aantonen dat hij overleg heeft gehad met andere organisaties die een (financiële) bijdrage of ondersteuning kunnen leveren bij de uitvoering van de scholings-, herplaatsings- of mobiliteitsbevorderende maatregelen, genoemd in onderdeel b, zoals regionale arbeidsmarktsamenwerkingsverbanden in de zorg, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het Centrum voor Werk en Inkomen.
a. sprake is van ernstige nadelige sociale gevolgen, waaronder (dreigend) collectief ontslag, zoals bedoeld in: artikel 53 CAO-Thuiszorg danwel; artikel 2.5 of 2.6 CAO Sociale Begeleiding V&V dan wel; Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO), ten gevolge van een aanbesteding huishoudelijke hulp van een gemeente of samenwerkende gemeenten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning, die voor 1 mei 2007 is gestart door middel van een publicatie van de aankondiging tot de aanbesteding;
b. scholings-, herplaatsings- of mobiliteitsbevorderende maatregelen lokaal zijn overeengekomen in sociale plannen tussen werkgevers- en de werknemersorganisaties;
c. de subsidieaanvrager kan aantonen dat hij overleg heeft gehad met de voor de aanbesteding verantwoordelijke gemeente(n), om te bezien welke (financiële) bijdrage de gemeente(n) kan leveren bij de uitvoering van de scholings-, herplaatsings- of mobiliteitsbevorderende maatregelen, genoemd in onderdeel b en
d. de subsidieontvanger kan aantonen dat hij overleg heeft gehad met andere organisaties die een (financiële) bijdrage of ondersteuning kunnen leveren bij de uitvoering van de scholings-, herplaatsings- of mobiliteitsbevorderende maatregelen, genoemd in onderdeel b, zoals regionale arbeidsmarktsamenwerkingsverbanden in de zorg, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het Centrum voor Werk en Inkomen.