BWBR0022321
Geldig vanaf 26-07-2007
Artikel 6
Regeling declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling
6.1a. Een DBC spoedeisende hulp staat minimaal één kalenderdag en maximaal twee (aansluitende) kalenderdagen open. Zowel het openen als het sluiten van de DBC spoedeisende hulp gebeurt dus in deze tijdsperiode.
6.1b. Met betrekking tot het declareren van DBC’s spoedeisende hulp geldt als hoofdregel dat er slechts één DBC spoedeisende hulp per patiënt per specialisme gedeclareerd mag worden (binnen de één of twee kalenderdag(en)).
Er zijn hierin vier situaties te onderscheiden:
1. Een patiënt presenteert zich op de spoedeisende hulp met één zorgvraag: er wordt één DBC spoedeisende hulp gedeclareerd.
2. Een patiënt presenteert zich op de spoedeisende hulp met meerdere zorgvragen bij één specialisme: er wordt één DBC spoedeisende hulp gedeclareerd.
3. Een patiënt presenteert zich op de spoedeisende hulp met één zorgvraag bij meerdere specialismen: er wordt één DBC spoedeisende hulp gedeclareerd per specialisme. Criterium voor de declaratie van een DBC door het tweede of volgende specialisme is dat sprake dient te zijn van substantiële meerkosten verbonden aan de inzet van het tweede of volgende specialisme.
4. Een patiënt presenteert zich op de spoedeisende hulp met meerdere zorgvraag bij meerdere specialismen: er wordt één DBC spoedeisende hulp gedeclareerd per specialisme. Criterium voor de declaratie van een DBC door het tweede of volgende specialisme is dat sprake dient te zijn van substantiële meerkosten verbonden aan de inzet van het tweede of volgende specialisme.
Een patiënt presenteert zich meer dan één keer op de spoedeisende hulp (binnen de één of twee kalenderdag(en)) met één zorgvraag bij één specialisme: er wordt één DBC spoedeisende hulp gedeclareerd. Hierbij is het begrip substantiële meerkosten, gerelateerd aan parallelle DBC’s, niet van toepassing.
6.1c. Op de hoofdregel zoals genoemd bij 6.1b is slechts één uitzondering: een patiënt presenteert zich meer dan één keer bij één specialisme op de spoedeisende hulp (binnen de één of twee kalenderdag(en)), met per keer een andere zorgvraag (doorgaans leidend tot een andere diagnose). In dat geval kan er meer dan één DBC spoedeisende hulp worden gedeclareerd. Bij deze uitzondering zijn de regels omtrent het begrip substantiële meerkosten, gerelateerd aan parallelle DBC’s, wel van toepassing.
6.1d. Er kan binnen de tijdsperiode dat een DBC spoedeisende hulp openstaat (één of twee kalenderdag(en)) niet tevens een andere (reguliere) dbc voor hetzelfde specialisme en voor dezelfde zorgvraag worden geopend en tevens gesloten, tenzij het een eendaagse klinische DBC betreft die aan de voorwaarden zoals genoemd bij artikel 6.2b t/m 6.2e voldoet.
6.2a. Klinische ééndaagse DBC’s (waarbij ééndaagse slaat op een looptijd van één kalenderdag) kunnen niet worden gedeclareerd. Van klinische DBC’s is sprake in geval van opname van de patiënt op de verpleegafdeling, IC, high/medium care. In andere gevallen is sprake van poliklinische of dagverpleging DBC’s.
6.2b. De bepaling zoals genoemd bij 6.2a is niet van toepassing indien er sprake is van definitieve overname van de patiënt door een andere instelling, op de dag van opname op de verpleegafdeling, IC, high/medium care door de initiële instelling. In dat geval kan er wel een klinische ééndaagse DBC worden gedeclareerd.
6.2c. De bepaling zoals genoemd bij 6.2a is niet van toepassing indien er sprake is van definitieve overname van de patiënt door een ander specialisme binnen dezelfde instelling op de dag van opname op de verpleegafdeling, IC, high/medium care door de initiële instelling. In dat geval kan er wel een klinische ééndaagse DBC worden gedeclareerd.
6.2d. De bepaling zoals genoemd bij 6.2a is niet van toepassing indien er sprake is van overlijden van de patiënt op de dag van opname op de verpleegafdeling, IC, high/ medium care. In dat geval kan er wel een klinische ééndaagse DBC worden gedeclareerd.
6.2e. De bepaling zoals genoemd bij 6.2a is niet van toepassing indien er sprake is van observatie van een patiënt op de verpleegafdeling, IC, high/medium care en ontslag plaatsvindt op de dag van de opname. In dat geval kan er wel een klinische ééndaagse DBC worden gedeclareerd.
6.3a. Het is niet mogelijk om binnen 28 dagen voor hetzelfde specialisme een poliklinische DBC met hetzelfde zorgtype en diagnose te openen. Indien er abusievelijk binnen 28 dagen toch een tweede poliklinische DBC wordt geregistreerd, kan deze niet worden gedeclareerd.
6.3b. De bepaling zoals genoemd bij 6.3a is niet van toepassing indien er sprake is van het behandelen van dubbelzijdige organen. In dat geval gelden de desbetreffende regels.
6.3c. De bepaling zoals genoemd bij 6.3a is niet van toepassing op vervolg DBC’s in het geval van exacerbatie/recidief en de hierdoor optredende verzwaring van de behandelsetting (poliklinisch/dagverpleging/opname) van de vervolg DBC.
6.3d. De bepaling zoals genoemd bij 6.3a is niet van toepassing op DBC’s waarvoor in deze nadere regel. in de prestatieomschrijving of in de instructies expliciet is opgenomen dat per verrichting of behandeling het declareren van een afzonderlijke DBC is toegestaan.
6.4. Het is niet mogelijk om aansluitend DBC’s van hetzelfde zorgtype en dezelfde diagnose met een veranderende behandelmodaliteit te declareren. In het geval dat er sprake is van het verzwaren van de behandelmodaliteit wordt alleen de DBC met de zwaarste modaliteit in rekening gebracht. Met behandelmodaliteit is bedoeld elke behandelmogelijkheid in de behandelas. De uitzonderingen zoals genoemd onder 6.3b, 6.3c en 6.3d zijn ook hier van toepassing.
6.5a. Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening wordt alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is een DBC in rekening gebracht. Door de de dienstverlenende instelling wordt noch een DBC noch een overig of ondersteunend product bij de patiënt of verzekeraar in rekening gebracht.
6.5b. De bepaling zoals genoemd bij 6.5a is niet van toepassing op WBMV DBC’s. In dat geval mag er wel een DBC in rekening worden gebracht.
6.5c. Diagnostiek op verzoek van de eerste lijn valt niet onder onderlinge dienstverlening. In het geval van productie op verzoek van de eerste lijn wordt er een overig of ondersteunend product in rekening gebracht. Voor productie op verzoek van de eerste lijn kan nooit een DBC in rekening worden gebracht.
6.5d. Indien er sprake is van diagnostiek op verzoek van de eerste lijn, die direct leidt tot overname van de behandeling door de medisch specialist kan er geen overig of ondersteunend product worden gedeclareerd. In dat geval kan er alleen een DBC door de medisch specialist in rekening worden gebracht.
6.6a. Een overig of ondersteunend product wordt alleen bij patiënt of verzekeraar in rekening gebracht indien (1) er sprake is van productie op verzoek van de eerste lijn en (2) productie aan een ander specialisme, werkzaam binnen dezelfde instelling, waarvoor de DBC-systematiek niet geldt (zoals kaakchirurgie en revalidatiegeneeskunde). 6.6b. Een overig of ondersteunend product wordt dus niet bij patiënt of verzekeraar in rekening gebracht als het overig of ondersteunend product onderdeel uitmaakt van een DBC.
6.7. Het zorgtraject 41 (per 1 januari 2007 ingevoerd als registratie-eenheid voor verrichtingen op verzoek van eerste lijn) kan niet worden gedeclareerd.
Indien er een prestatieomschrijving is vastgesteld en er aan het eerstelijnscriterium wordt voldaan kan er wel een overig of ondersteunend product in rekening worden gebracht. Ook kunnen er voor zorgtraject 41 geen parameters ten behoeve van FB budget en lumpsum worden geregistreerd.
6.1b. Met betrekking tot het declareren van DBC’s spoedeisende hulp geldt als hoofdregel dat er slechts één DBC spoedeisende hulp per patiënt per specialisme gedeclareerd mag worden (binnen de één of twee kalenderdag(en)).
Er zijn hierin vier situaties te onderscheiden:
1. Een patiënt presenteert zich op de spoedeisende hulp met één zorgvraag: er wordt één DBC spoedeisende hulp gedeclareerd.
2. Een patiënt presenteert zich op de spoedeisende hulp met meerdere zorgvragen bij één specialisme: er wordt één DBC spoedeisende hulp gedeclareerd.
3. Een patiënt presenteert zich op de spoedeisende hulp met één zorgvraag bij meerdere specialismen: er wordt één DBC spoedeisende hulp gedeclareerd per specialisme. Criterium voor de declaratie van een DBC door het tweede of volgende specialisme is dat sprake dient te zijn van substantiële meerkosten verbonden aan de inzet van het tweede of volgende specialisme.
4. Een patiënt presenteert zich op de spoedeisende hulp met meerdere zorgvraag bij meerdere specialismen: er wordt één DBC spoedeisende hulp gedeclareerd per specialisme. Criterium voor de declaratie van een DBC door het tweede of volgende specialisme is dat sprake dient te zijn van substantiële meerkosten verbonden aan de inzet van het tweede of volgende specialisme.
Een patiënt presenteert zich meer dan één keer op de spoedeisende hulp (binnen de één of twee kalenderdag(en)) met één zorgvraag bij één specialisme: er wordt één DBC spoedeisende hulp gedeclareerd. Hierbij is het begrip substantiële meerkosten, gerelateerd aan parallelle DBC’s, niet van toepassing.
6.1c. Op de hoofdregel zoals genoemd bij 6.1b is slechts één uitzondering: een patiënt presenteert zich meer dan één keer bij één specialisme op de spoedeisende hulp (binnen de één of twee kalenderdag(en)), met per keer een andere zorgvraag (doorgaans leidend tot een andere diagnose). In dat geval kan er meer dan één DBC spoedeisende hulp worden gedeclareerd. Bij deze uitzondering zijn de regels omtrent het begrip substantiële meerkosten, gerelateerd aan parallelle DBC’s, wel van toepassing.
6.1d. Er kan binnen de tijdsperiode dat een DBC spoedeisende hulp openstaat (één of twee kalenderdag(en)) niet tevens een andere (reguliere) dbc voor hetzelfde specialisme en voor dezelfde zorgvraag worden geopend en tevens gesloten, tenzij het een eendaagse klinische DBC betreft die aan de voorwaarden zoals genoemd bij artikel 6.2b t/m 6.2e voldoet.
6.2a. Klinische ééndaagse DBC’s (waarbij ééndaagse slaat op een looptijd van één kalenderdag) kunnen niet worden gedeclareerd. Van klinische DBC’s is sprake in geval van opname van de patiënt op de verpleegafdeling, IC, high/medium care. In andere gevallen is sprake van poliklinische of dagverpleging DBC’s.
6.2b. De bepaling zoals genoemd bij 6.2a is niet van toepassing indien er sprake is van definitieve overname van de patiënt door een andere instelling, op de dag van opname op de verpleegafdeling, IC, high/medium care door de initiële instelling. In dat geval kan er wel een klinische ééndaagse DBC worden gedeclareerd.
6.2c. De bepaling zoals genoemd bij 6.2a is niet van toepassing indien er sprake is van definitieve overname van de patiënt door een ander specialisme binnen dezelfde instelling op de dag van opname op de verpleegafdeling, IC, high/medium care door de initiële instelling. In dat geval kan er wel een klinische ééndaagse DBC worden gedeclareerd.
6.2d. De bepaling zoals genoemd bij 6.2a is niet van toepassing indien er sprake is van overlijden van de patiënt op de dag van opname op de verpleegafdeling, IC, high/ medium care. In dat geval kan er wel een klinische ééndaagse DBC worden gedeclareerd.
6.2e. De bepaling zoals genoemd bij 6.2a is niet van toepassing indien er sprake is van observatie van een patiënt op de verpleegafdeling, IC, high/medium care en ontslag plaatsvindt op de dag van de opname. In dat geval kan er wel een klinische ééndaagse DBC worden gedeclareerd.
6.3a. Het is niet mogelijk om binnen 28 dagen voor hetzelfde specialisme een poliklinische DBC met hetzelfde zorgtype en diagnose te openen. Indien er abusievelijk binnen 28 dagen toch een tweede poliklinische DBC wordt geregistreerd, kan deze niet worden gedeclareerd.
6.3b. De bepaling zoals genoemd bij 6.3a is niet van toepassing indien er sprake is van het behandelen van dubbelzijdige organen. In dat geval gelden de desbetreffende regels.
6.3c. De bepaling zoals genoemd bij 6.3a is niet van toepassing op vervolg DBC’s in het geval van exacerbatie/recidief en de hierdoor optredende verzwaring van de behandelsetting (poliklinisch/dagverpleging/opname) van de vervolg DBC.
6.3d. De bepaling zoals genoemd bij 6.3a is niet van toepassing op DBC’s waarvoor in deze nadere regel. in de prestatieomschrijving of in de instructies expliciet is opgenomen dat per verrichting of behandeling het declareren van een afzonderlijke DBC is toegestaan.
6.4. Het is niet mogelijk om aansluitend DBC’s van hetzelfde zorgtype en dezelfde diagnose met een veranderende behandelmodaliteit te declareren. In het geval dat er sprake is van het verzwaren van de behandelmodaliteit wordt alleen de DBC met de zwaarste modaliteit in rekening gebracht. Met behandelmodaliteit is bedoeld elke behandelmogelijkheid in de behandelas. De uitzonderingen zoals genoemd onder 6.3b, 6.3c en 6.3d zijn ook hier van toepassing.
6.5a. Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening wordt alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is een DBC in rekening gebracht. Door de de dienstverlenende instelling wordt noch een DBC noch een overig of ondersteunend product bij de patiënt of verzekeraar in rekening gebracht.
6.5b. De bepaling zoals genoemd bij 6.5a is niet van toepassing op WBMV DBC’s. In dat geval mag er wel een DBC in rekening worden gebracht.
6.5c. Diagnostiek op verzoek van de eerste lijn valt niet onder onderlinge dienstverlening. In het geval van productie op verzoek van de eerste lijn wordt er een overig of ondersteunend product in rekening gebracht. Voor productie op verzoek van de eerste lijn kan nooit een DBC in rekening worden gebracht.
6.5d. Indien er sprake is van diagnostiek op verzoek van de eerste lijn, die direct leidt tot overname van de behandeling door de medisch specialist kan er geen overig of ondersteunend product worden gedeclareerd. In dat geval kan er alleen een DBC door de medisch specialist in rekening worden gebracht.
6.6a. Een overig of ondersteunend product wordt alleen bij patiënt of verzekeraar in rekening gebracht indien (1) er sprake is van productie op verzoek van de eerste lijn en (2) productie aan een ander specialisme, werkzaam binnen dezelfde instelling, waarvoor de DBC-systematiek niet geldt (zoals kaakchirurgie en revalidatiegeneeskunde). 6.6b. Een overig of ondersteunend product wordt dus niet bij patiënt of verzekeraar in rekening gebracht als het overig of ondersteunend product onderdeel uitmaakt van een DBC.
6.7. Het zorgtraject 41 (per 1 januari 2007 ingevoerd als registratie-eenheid voor verrichtingen op verzoek van eerste lijn) kan niet worden gedeclareerd.
Indien er een prestatieomschrijving is vastgesteld en er aan het eerstelijnscriterium wordt voldaan kan er wel een overig of ondersteunend product in rekening worden gebracht. Ook kunnen er voor zorgtraject 41 geen parameters ten behoeve van FB budget en lumpsum worden geregistreerd.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022321
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl