BWBR0022278
Geldig vanaf 2007-07-26
Artikel 2
Regeling erkende keurders meetinstrumenten
1. De aanvrager is in staat keuringen uit te voeren van het meetinstrument waarvoor de erkenning wordt gevraagd en beschikt daartoe over een kwaliteitssysteem.
2. Het kwaliteitssysteem bevat ten minste een duidelijke beschrijving van:
a. de kwaliteitsdoelstellingen, de organisatie van de onderneming van de aanvrager en de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het personeel met betrekking tot de keuring;
b. de uit te voeren onderzoeken en proeven om na te gaan of het meetinstrument in overeenstemming is met de desbetreffende eisen die op grond van artikel 11 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers zijn gesteld;
c. de kwaliteitsrapporten van de keuringen, zoals controleverslagen, onderzoeks- en beproevingsgegevens,
d. de rapporten betreffende de kwalificatie van het bij de keuring betrokken personeel;
e. de middelen om controle uit te oefenen op de doeltreffende werking van het kwaliteitssysteem;
f. de beheersing van faciliteiten en meetapparatuur met betrekking tot herleidbaarheid en meetonzekerheid.
3. De aanvrager dient zodanige organisatorische voorzieningen te hebben getroffen dat een onafhankelijke besluitvorming ter zake van keuringen gewaarborgd is.
2. Het kwaliteitssysteem bevat ten minste een duidelijke beschrijving van:
a. de kwaliteitsdoelstellingen, de organisatie van de onderneming van de aanvrager en de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het personeel met betrekking tot de keuring;
b. de uit te voeren onderzoeken en proeven om na te gaan of het meetinstrument in overeenstemming is met de desbetreffende eisen die op grond van artikel 11 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers zijn gesteld;
c. de kwaliteitsrapporten van de keuringen, zoals controleverslagen, onderzoeks- en beproevingsgegevens,
d. de rapporten betreffende de kwalificatie van het bij de keuring betrokken personeel;
e. de middelen om controle uit te oefenen op de doeltreffende werking van het kwaliteitssysteem;
f. de beheersing van faciliteiten en meetapparatuur met betrekking tot herleidbaarheid en meetonzekerheid.
3. De aanvrager dient zodanige organisatorische voorzieningen te hebben getroffen dat een onafhankelijke besluitvorming ter zake van keuringen gewaarborgd is.