BWBR0022250
Geldig vanaf 2007-07-19
Artikel 22
Regeling departementale begrotingsadministratie 2007
1. De Minister houdt indien noodzakelijk andere overige administraties binnen de begrotingsadministratie bij waaronder:
a. extracomptabele administraties van vorderingen en schulden;
b. administratie van rechten;
c. projectadministratie.
2. In afwijking van het eerste lid is het bijhouden van een projectadministratie noodzakelijk indien de Tweede Kamer een project heeft aangewezen als groot project of indien de Minister van Financiën een project heeft aangewezen.
3. Aan de extracomptabele administraties van vorderingen en schulden en aan de administratie van rechten kunnen in ieder geval gegevens worden ontleend over:
a. de (rechts)persoon met wie de financiële relatie bestaat;
b. het verloop van de financiële verhouding met de (rechts)persoon;
c. de omvang van de vorderingen en rechten per debiteur en de schulden per crediteur;
d. op welke begrotingsartikelen de vorderingen, schulden en rechten betrekking hebben en in welk jaar ze zijn ontstaan;
4. De administraties van vorderingen, schulden en rechten, geven inzicht in de ouderdom van de rechten, vorderingen en schulden. Vorderingen worden voor de nominale waarde opgenomen; waarbij een nader onderscheid wordt gemaakt naar de mate van opeisbaarheid van de vorderingen:
a. direct opeisbare vorderingen;
b. op termijn opeisbare vorderingen. Hierbij wordt een nader onderscheid aangebracht tussen: 1°. op korte termijn opeisbare vorderingen;
2°. op lange termijn opeisbare vorderingen;
1°. op korte termijn opeisbare vorderingen;
2°. op lange termijn opeisbare vorderingen;
c. geconditioneerde vorderingen.
5. De Minister bepaalt welke overige administraties zinvol zijn. Hij kan daarover advies vragen aan de Minister van Financiën.
a. extracomptabele administraties van vorderingen en schulden;
b. administratie van rechten;
c. projectadministratie.
2. In afwijking van het eerste lid is het bijhouden van een projectadministratie noodzakelijk indien de Tweede Kamer een project heeft aangewezen als groot project of indien de Minister van Financiën een project heeft aangewezen.
3. Aan de extracomptabele administraties van vorderingen en schulden en aan de administratie van rechten kunnen in ieder geval gegevens worden ontleend over:
a. de (rechts)persoon met wie de financiële relatie bestaat;
b. het verloop van de financiële verhouding met de (rechts)persoon;
c. de omvang van de vorderingen en rechten per debiteur en de schulden per crediteur;
d. op welke begrotingsartikelen de vorderingen, schulden en rechten betrekking hebben en in welk jaar ze zijn ontstaan;
4. De administraties van vorderingen, schulden en rechten, geven inzicht in de ouderdom van de rechten, vorderingen en schulden. Vorderingen worden voor de nominale waarde opgenomen; waarbij een nader onderscheid wordt gemaakt naar de mate van opeisbaarheid van de vorderingen:
a. direct opeisbare vorderingen;
b. op termijn opeisbare vorderingen. Hierbij wordt een nader onderscheid aangebracht tussen: 1°. op korte termijn opeisbare vorderingen;
2°. op lange termijn opeisbare vorderingen;
1°. op korte termijn opeisbare vorderingen;
2°. op lange termijn opeisbare vorderingen;
c. geconditioneerde vorderingen.
5. De Minister bepaalt welke overige administraties zinvol zijn. Hij kan daarover advies vragen aan de Minister van Financiën.