BWBR0022213
Geldig vanaf 2009-09-21
Artikel 3
Regeling EG-verordening overbrenging van afvalstoffen
1. De door of namens de kennisgever te stellen financiële zekerheid bedraagt € 450 per ton over te brengen afvalstoffen.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de door of namens de kennisgever te stellen financiële zekerheid voor de in bijlage Ibij deze regeling bedoelde afvalstoffen per ton over te brengen afvalstoffen het ingevolge die bijlagevoor die afvalstoffen geldende bedrag.
3. Indien de kosten van nuttige toepassing of verwijdering, daaronder begrepen voorlopige handelingen, alsmede van opslag en vervoer van afvalstoffen, in belangrijke mate afwijken van het op grond van het eerste lid berekende bedrag, kan de Minister een hogere financiële zekerheid verlangen, dan wel genoegen nemen met een lagere financiële zekerheid. Bij de berekening van de kosten, bedoeld in de eerste volzin, gelden als kosten voor opslag en vervoer van afvalstoffen de bedragen, bedoeld in bijlage Ibij deze regeling.
4. Financiële zekerheid wordt gesteld ten behoeve van de Staat der Nederlanden.
5. Indien het invoer van afvalstoffen betreft, afkomstig van een staat waar de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is, en de gestelde financiële zekerheid in het land van verzending onvoldoende is, kan de Minister financiële zekerheid verlangen waarbij het eerste tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing is.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de door of namens de kennisgever te stellen financiële zekerheid voor de in bijlage Ibij deze regeling bedoelde afvalstoffen per ton over te brengen afvalstoffen het ingevolge die bijlagevoor die afvalstoffen geldende bedrag.
3. Indien de kosten van nuttige toepassing of verwijdering, daaronder begrepen voorlopige handelingen, alsmede van opslag en vervoer van afvalstoffen, in belangrijke mate afwijken van het op grond van het eerste lid berekende bedrag, kan de Minister een hogere financiële zekerheid verlangen, dan wel genoegen nemen met een lagere financiële zekerheid. Bij de berekening van de kosten, bedoeld in de eerste volzin, gelden als kosten voor opslag en vervoer van afvalstoffen de bedragen, bedoeld in bijlage Ibij deze regeling.
4. Financiële zekerheid wordt gesteld ten behoeve van de Staat der Nederlanden.
5. Indien het invoer van afvalstoffen betreft, afkomstig van een staat waar de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is, en de gestelde financiële zekerheid in het land van verzending onvoldoende is, kan de Minister financiële zekerheid verlangen waarbij het eerste tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing is.