BWBR0022111
Geldig vanaf 2007-06-27
Artikel 4
Instellingsbesluit Kennisplatform EMV&G
1. De volgende instellingen nemen deel aan het Kennisplatform:
– Agentschap Telecom;
– Gemeentelijke Gezondheidsdienst Nederland (GGD Nederland, vereniging voor GGD’en);
– Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM);
– De Nederlandse organisatie voor Toegepast – Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO);
– ZorgOnderzoek Nederland/Medische Wetenschappen (Zon/Mw).
2. De Minister kan ook andere organisaties en instanties die een algemene maatschappelijke rol op het gebied van EMV&G vervullen en die ter zake beschikken over specifieke deskundigheid op het vlak van wetenschappelijk onderzoek en/of risicocommunicatie verzoeken om deel te nemen in het Kennisplatform.
3. Deelname aan het Kennisplatform houdt in dat een organisatie of instantie:
1. Middels een vertegenwoordiger op directieniveau en in geval van diens ontstentenis of belet een plaatsvervangend vertegenwoordiger deelneemt in het bestuur van het Kennisplatform;
2. Medewerking verleent aan één of meer van de andere organen van het Kennisplatform, zoals hierna benoemd;
3. Bereid is om binnen het Kennisplatform samen te werken met de andere deelnemers teneinde de taak van het Kennisplatform te realiseren;
4. Bereid is er in de eigen organisatie zorg voor te dragen en bij de achterban ernaar te streven dat standpunten en boodschappen van het Kennisplatform gerespecteerd worden en niet door eigen communicatie-uitingen worden ondermijnd.
4. De Minister legt een gemotiveerd verzoek tot deelname aan een organisatie of instantie voor. De deelname gaat in op het moment dat de betreffende instelling hierop schriftelijk in positieve zin reageert. Zowel een deelnemende instelling als de Minister kan tussentijds besluiten deelname aan het Kennisplatform EMV&G te beëindigen. De deelname wordt geacht te zijn beëindigd als de betreffende deelnemer de Minister daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld. De uittredende deelnemer stelt ook de andere deelnemers daarvan schriftelijk op de hoogte. Indien de Minister de deelname van een organisatie of instantie tussentijds wil beëindigen zal hij dit, gehoord hebbende het bestuur, met redenen omkleed, schriftelijk mededelen.
– Agentschap Telecom;
– Gemeentelijke Gezondheidsdienst Nederland (GGD Nederland, vereniging voor GGD’en);
– Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM);
– De Nederlandse organisatie voor Toegepast – Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO);
– ZorgOnderzoek Nederland/Medische Wetenschappen (Zon/Mw).
2. De Minister kan ook andere organisaties en instanties die een algemene maatschappelijke rol op het gebied van EMV&G vervullen en die ter zake beschikken over specifieke deskundigheid op het vlak van wetenschappelijk onderzoek en/of risicocommunicatie verzoeken om deel te nemen in het Kennisplatform.
3. Deelname aan het Kennisplatform houdt in dat een organisatie of instantie:
1. Middels een vertegenwoordiger op directieniveau en in geval van diens ontstentenis of belet een plaatsvervangend vertegenwoordiger deelneemt in het bestuur van het Kennisplatform;
2. Medewerking verleent aan één of meer van de andere organen van het Kennisplatform, zoals hierna benoemd;
3. Bereid is om binnen het Kennisplatform samen te werken met de andere deelnemers teneinde de taak van het Kennisplatform te realiseren;
4. Bereid is er in de eigen organisatie zorg voor te dragen en bij de achterban ernaar te streven dat standpunten en boodschappen van het Kennisplatform gerespecteerd worden en niet door eigen communicatie-uitingen worden ondermijnd.
4. De Minister legt een gemotiveerd verzoek tot deelname aan een organisatie of instantie voor. De deelname gaat in op het moment dat de betreffende instelling hierop schriftelijk in positieve zin reageert. Zowel een deelnemende instelling als de Minister kan tussentijds besluiten deelname aan het Kennisplatform EMV&G te beëindigen. De deelname wordt geacht te zijn beëindigd als de betreffende deelnemer de Minister daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld. De uittredende deelnemer stelt ook de andere deelnemers daarvan schriftelijk op de hoogte. Indien de Minister de deelname van een organisatie of instantie tussentijds wil beëindigen zal hij dit, gehoord hebbende het bestuur, met redenen omkleed, schriftelijk mededelen.