BWBR0022105
Geldig vanaf 2007-06-21
Artikel 4
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Stadswerken, groep Toezicht en Handhaving gemeente Utrecht 2007
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, van dit besluit genoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheden bedoeld in:
a. artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering;
b. artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993, hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
a. artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering;
b. artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993, hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.