BWBR0022064
Geldig vanaf 2007-06-13
Artikel 4
Tijdelijk besluit mediaconcentraties
Het representatief onderzoek als bedoeld in artikel 3, onder a, dient in ieder geval:
a. een wetenschappelijk te verantwoorden opgave te bevatten van het aantal personen van zes jaar en ouder met woon- of verblijfplaats in Nederland;
b. een wetenschappelijk te verantwoorden en representatieve verdeling te bevatten van de onder a gedefinieerde populatie naar achtergrondkenmerken die van wezenlijke invloed zijn op de kijktijd van personen naar televisieprogramma’s;
c. te worden uitgevoerd onder een onderzoekspopulatie van zodanige omvang en samenstelling dat het wetenschappelijk verantwoord is op basis daarvan de representativiteit voor de gehele onder a bedoelde populatie te berekenen;
d. de verdeling van de tot de onder c bedoelde onderzoekspopulatie behorende personen over de onder b bedoelde achtergrondkenmerken te bevatten;
e. de onder d bedoelde verdeling te corrigeren door middel van het toekennen van wegingsfactoren aan de over verschillende groepen personen verdeelde achtergrondkenmerken binnen de onderzoekspopulatie op zodanige wijze dat die verdeling daardoor overeenstemt met de verdelingsverhoudingen van de onder b bedoelde verdeling;
f. gedurende een heel jaar de totale kijktijd van de onder c bedoelde onderzoekspopulatie te meten naar: 1°. de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgezonden en voor het publiek in Nederland bestemde televisieprogramma’s;
2°. alle andere dan de onder 1° bedoelde in Nederland te ontvangen televisieprogramma’s;
1°. de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgezonden en voor het publiek in Nederland bestemde televisieprogramma’s;
2°. alle andere dan de onder 1° bedoelde in Nederland te ontvangen televisieprogramma’s;
g. niet eerder te eindigen dan twee maanden voor de dag waarop de mediaconcentratie is gemeld bij de raad van bestuur.
a. een wetenschappelijk te verantwoorden opgave te bevatten van het aantal personen van zes jaar en ouder met woon- of verblijfplaats in Nederland;
b. een wetenschappelijk te verantwoorden en representatieve verdeling te bevatten van de onder a gedefinieerde populatie naar achtergrondkenmerken die van wezenlijke invloed zijn op de kijktijd van personen naar televisieprogramma’s;
c. te worden uitgevoerd onder een onderzoekspopulatie van zodanige omvang en samenstelling dat het wetenschappelijk verantwoord is op basis daarvan de representativiteit voor de gehele onder a bedoelde populatie te berekenen;
d. de verdeling van de tot de onder c bedoelde onderzoekspopulatie behorende personen over de onder b bedoelde achtergrondkenmerken te bevatten;
e. de onder d bedoelde verdeling te corrigeren door middel van het toekennen van wegingsfactoren aan de over verschillende groepen personen verdeelde achtergrondkenmerken binnen de onderzoekspopulatie op zodanige wijze dat die verdeling daardoor overeenstemt met de verdelingsverhoudingen van de onder b bedoelde verdeling;
f. gedurende een heel jaar de totale kijktijd van de onder c bedoelde onderzoekspopulatie te meten naar: 1°. de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgezonden en voor het publiek in Nederland bestemde televisieprogramma’s;
2°. alle andere dan de onder 1° bedoelde in Nederland te ontvangen televisieprogramma’s;
1°. de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgezonden en voor het publiek in Nederland bestemde televisieprogramma’s;
2°. alle andere dan de onder 1° bedoelde in Nederland te ontvangen televisieprogramma’s;
g. niet eerder te eindigen dan twee maanden voor de dag waarop de mediaconcentratie is gemeld bij de raad van bestuur.