BWBR0022000
Geldig vanaf 2007-06-06
Artikel 4
Besluit instelling Interdepartementale Commissie Bestuur, Overheid en Publieke Dienstverlening en Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst
1. De ICB bestaat uit:
a. een voorzitter, de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. de directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties en de directeur-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk, tevens plaatsvervangend voorzitters;
c. telkens een lid en een plaatsvervangend lid op adequaat ambtelijk niveau, aan te wijzen door betrokken Minister respectievelijk staatssecretaris;
d. de programma-secretaris-generaal Vernieuwing Rijksdienst.
2. De ICBR bestaat uit:
a. a. een voorzitter, de directeur-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. van elk ministerie telkens een lid en een plaatsvervangend lid op adequaat ambtelijk niveau, aan te wijzen door de betrokken minister;
c. de directeur-generaal Rijksbegroting van het ministerie van Financiën als lid;
d. de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst van het ministerie van Algemene Zaken als lid.
3. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemt en ontslaat de (plv.) voorzitter van beide commissies.
4. De secretariaten van de commissies berusten bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
5. De commissies kunnen, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit, hun werkwijze en die van de secretariaten regelen.
a. een voorzitter, de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. de directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties en de directeur-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk, tevens plaatsvervangend voorzitters;
c. telkens een lid en een plaatsvervangend lid op adequaat ambtelijk niveau, aan te wijzen door betrokken Minister respectievelijk staatssecretaris;
d. de programma-secretaris-generaal Vernieuwing Rijksdienst.
2. De ICBR bestaat uit:
a. a. een voorzitter, de directeur-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. van elk ministerie telkens een lid en een plaatsvervangend lid op adequaat ambtelijk niveau, aan te wijzen door de betrokken minister;
c. de directeur-generaal Rijksbegroting van het ministerie van Financiën als lid;
d. de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst van het ministerie van Algemene Zaken als lid.
3. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemt en ontslaat de (plv.) voorzitter van beide commissies.
4. De secretariaten van de commissies berusten bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
5. De commissies kunnen, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit, hun werkwijze en die van de secretariaten regelen.