De in bijlage 1bij dit besluit genoemde functionarissen en degenen die benoemd zijn als hun plaatsvervanger, zijn binnen de grenzen van het departementale personeelsbeleid gemachtigd tot het behandelen en afdoen van personeelsaangelegenheden hun directie of dienst en de daaronder ressorterende diensten en instellingen betreffende, zoals aangegeven in bijlage 2bij dit besluit.
De in artikel 2bedoelde functionarissen kunnen bepalen dat personeelsaangelegenheden als bedoeld in artikel 2onder hun verantwoordelijkheid zullen worden behandeld en afgedaan door functionarissen die nader door hen worden aangewezen nadat voor deze aanwijzing de instemming van de directeur Personeel en Organisatie is verkregen.
Bij het behandelen en afdoen van personeelsaangelegenheden als bedoeld in artikel 2worden – onverminderd het bepaalde in algemeen verbindende voorschriften en regelingen, richtlijnen en aanwijzingen die van algemene strekking zijn voor personen werkzaam in de rijksdienst – de door of namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gegeven richtlijnen in acht genomen.
1. De ondertekening van stukken betrekking hebbende op het behandelen en afdoen van personeelsaangelegenheden door de in bijlage 1genoemde functionarissen, als bedoeld in artikel 2luidt:
DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,
voor deze:
DE DIRECTEUR…..
2. In de situatie dat stukken als bedoeld in eerste lid, ondertekend worden door personen die benoemd zijn als plaatsvervanger van de in bijlage 1genoemde functionarissen, luidt de ondertekening als aangegeven in het eerste lid, onder toevoeging van het begrip ‘plaatsvervangend’:
DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,
voor deze:
DE PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR….
3. In de gevallen als bedoeld in artikel 3luidt de ondertekening als aangegeven in het eerste lid onder de toevoeging van het woord ‘loco’:
DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,
voor deze:
DE DIRECTEUR….
loco
De in artikel 2bedoelde functionarissen rapporteren periodiek aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het door hen gevoerde personeelsbeleid, in overeenstemming met de terzake van deze verslaglegging door of namens de Minister gegeven richtlijnen.
Door of namens de in artikel 2bedoelde functionarissen worden met betrekking tot personeelsaangelegenheden als bedoeld in dat artikelaan de directeur Personeel en Organisatie alle gegevens verstrekt die deze nodig acht voor de uitoefening van zijn functie.
Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2007 en kan worden aangehaald als ‘Mandaatbesluit personele aangelegenheden LNV’. Hiermee vervalt het besluit van 3 maart 2006(P&O/SJZ 2006-877).