BWBR0021968
Geldig vanaf 2007-06-03
Artikel 3
Regeling aanwijzing rechtspersoon ex art.16c van de Auteurswet 1912 en art.10, onderdeel e, van de Wet op de naburige rechten (inning en verdeling van de vergoeding)
1. Een overeenkomst van de stichting met een derde organisatie, die ertoe strekt dat bij de inning en verdeling van vergoedingen wordt samengewerkt met of werkzaamheden worden verricht door deze derde organisatie, wordt uitsluitend voor bepaalde tijd aangegaan.
2. In een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval opgenomen:
a. binnen welke termijn de derde organisatie vergoedingen doorbetaalt aan rechthebbenden;
b. welke bedragen aan beheerskosten de derde organisatie maximaal inhoudt;
c. een verplichting voor de derde organisatie om een regeling op te stellen voor de afdoening van geschillen over vergoedingen met rechthebbenden of tussen rechthebbenden onderling;
d. een verplichting voor de derde organisatie tot het verlenen van medewerking aan informatievoorziening aan het College van Toezicht, voor zover deze informatie noodzakelijk is voor de taakuitoefening door het College;
e. in welke gevallen de overeenkomst tussentijds wordt ontbonden of kan worden ontbonden.
2. In een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval opgenomen:
a. binnen welke termijn de derde organisatie vergoedingen doorbetaalt aan rechthebbenden;
b. welke bedragen aan beheerskosten de derde organisatie maximaal inhoudt;
c. een verplichting voor de derde organisatie om een regeling op te stellen voor de afdoening van geschillen over vergoedingen met rechthebbenden of tussen rechthebbenden onderling;
d. een verplichting voor de derde organisatie tot het verlenen van medewerking aan informatievoorziening aan het College van Toezicht, voor zover deze informatie noodzakelijk is voor de taakuitoefening door het College;
e. in welke gevallen de overeenkomst tussentijds wordt ontbonden of kan worden ontbonden.