1. Indien de aanvraag tot het geven van een beschikking is ingediend of het voornemen tot het geven van een beschikking krachtens wettelijk voorschrift aan degene tot wie de beschikking zal zijn gericht, is bekendgemaakt voor het tijdstip waarop deze wet met betrekking tot een zodanige beschikking in werking treedt, blijft het voor dat tijdstip ten aanzien van zodanige beschikkingen geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop de beschikking onherroepelijk is geworden.
2. Een vergunning of ontheffing, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onder D, van deze wetis verleend krachtens de
Wet milieugevaarlijke stoffendan wel na dat tijdstip met toepassing van het eerste lid, wordt, voorzover zij betrekking heeft op gedragingen waarvoor na dat tijdstip een vergunning of ontheffing krachtens
artikel 9.2.1.4,
9.2.2.1,
9.2.2.6of
9.2.2.7 van de Wet milieubeheervereist is, gelijkgesteld met een vergunning, onderscheidenlijk ontheffing, verleend krachtens de betrokken bepaling van die titel.
3. Indien voor het tijdstip waarop artikel I, onder D, in werking treedt, een beschikking tot toepassing van bestuursdwang is gegeven dan wel een last onder dwangsom is opgelegd wegens overtreding van het bij of krachtens de
Wet milieugevaarlijke stoffenbepaalde, blijft het voor dat tijdstip ten aanzien van een zodanige beschikking geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop die beschikking onherroepelijk is geworden.