BWBR0021813
Geldig vanaf 2007-05-11
Artikel 9
Subsidieregeling scholing overblijfmedewerkers 2007–2012
1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in meerdere tranches, waarbij voor iedere tranche geldt dat:
a. het bedrag wordt verdeeld in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt, en
b. per school niet meer wordt verleend dan: 1°. € 1.000,00 voor korte cursussen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a;
2°. € 2.000,00 voor beroepsgerichte scholing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b of voor kosten die voortvloeien uit een opleiding als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c.
1°. € 1.000,00 voor korte cursussen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a;
2°. € 2.000,00 voor beroepsgerichte scholing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b of voor kosten die voortvloeien uit een opleiding als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c.
2. Steeds wanneer een subsidieplafond als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a of b, in een tranche niet wordt bereikt, wordt het resterende bedrag in een daarop volgende tranche verdeeld over die subsidieaanvragen, die slechts gedeeltelijk zijn toegekend, totdat deze aanvragen volledig zijn toegekend.
a. het bedrag wordt verdeeld in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt, en
b. per school niet meer wordt verleend dan: 1°. € 1.000,00 voor korte cursussen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a;
2°. € 2.000,00 voor beroepsgerichte scholing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b of voor kosten die voortvloeien uit een opleiding als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c.
1°. € 1.000,00 voor korte cursussen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a;
2°. € 2.000,00 voor beroepsgerichte scholing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b of voor kosten die voortvloeien uit een opleiding als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c.
2. Steeds wanneer een subsidieplafond als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a of b, in een tranche niet wordt bereikt, wordt het resterende bedrag in een daarop volgende tranche verdeeld over die subsidieaanvragen, die slechts gedeeltelijk zijn toegekend, totdat deze aanvragen volledig zijn toegekend.