BWBR0021779
Geldig vanaf 2007-05-06
Artikel 5
Regeling indiening kwalificatiedossiers 2007–2008 en experimenten herontwerp kwalificatiestructuur mbo
1. Het bevoegd gezag dient ten behoeve van een experimentele opleiding voor het studiejaar 2007–2008 uiterlijk 15 mei 2007 een aanvraag voor een experimentele opleiding in bij het procesmanagement.
2. Naast hetgeen in artikel 12.1a.1 van de wetis bepaald bevat de aanvraag voor een experimentele opleiding in het bekostigd onderwijs tenminste informatie over:
a. het niveau van de opleiding;
b. de naam van de vervangende verwante opleiding, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a; en
c. de beoogde producten en de resultaten, waaronder het beoogde deelnemersaantal en het beoogde percentage gediplomeerde uitstroom, van de experimentele opleiding en de wijze waarop de instelling deze beschikbaar stelt aan derden, waaronder onder andere het desbetreffende kenniscentrum, dan wel de desbetreffende kenniscentra.
3. Naast hetgeen in artikel 12.1a.2 van de wetis bepaald bevat de aanvraag voor een experimentele opleiding in het niet-bekostigd onderwijs tenminste informatie over:
a. het niveau van de opleiding;
b. de naam van de vervangende verwante opleiding, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a.
4. Een aanvraag wordt slechts in behandeling genomen indien het voldoet aan de eisen, gesteld in het eerste, tweede en derde lid.
5. Instellingen als bedoeld in artikel 12.1a.2 van de wetdie nog niet beschikken over een erkende opleiding kunnen aan de goedkeuring door het procesmanagement tot het geven van een experimentele opleiding geen rechten ontlenen ten aanzien van de erkenning van de opleiding.
2. Naast hetgeen in artikel 12.1a.1 van de wetis bepaald bevat de aanvraag voor een experimentele opleiding in het bekostigd onderwijs tenminste informatie over:
a. het niveau van de opleiding;
b. de naam van de vervangende verwante opleiding, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a; en
c. de beoogde producten en de resultaten, waaronder het beoogde deelnemersaantal en het beoogde percentage gediplomeerde uitstroom, van de experimentele opleiding en de wijze waarop de instelling deze beschikbaar stelt aan derden, waaronder onder andere het desbetreffende kenniscentrum, dan wel de desbetreffende kenniscentra.
3. Naast hetgeen in artikel 12.1a.2 van de wetis bepaald bevat de aanvraag voor een experimentele opleiding in het niet-bekostigd onderwijs tenminste informatie over:
a. het niveau van de opleiding;
b. de naam van de vervangende verwante opleiding, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a.
4. Een aanvraag wordt slechts in behandeling genomen indien het voldoet aan de eisen, gesteld in het eerste, tweede en derde lid.
5. Instellingen als bedoeld in artikel 12.1a.2 van de wetdie nog niet beschikken over een erkende opleiding kunnen aan de goedkeuring door het procesmanagement tot het geven van een experimentele opleiding geen rechten ontlenen ten aanzien van de erkenning van de opleiding.