BWBR0021731
Geldig vanaf 2007-04-21
Artikel 3
Regeling rijkssubsidiëring wegwerken restauratieachterstand 2007
De Minister verleent uitsluitend voor de volgende groepen monumenten subsidie:
a. monumenten met een grootschalige restauratie, waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 4.000.000, maar lager zijn dan € 10.000.000;
b. monumenten met uitsluitend een orgelrestauratie waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 150.000, maar lager zijn dan € 300.000;
c. molens waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 100.000, maar lager zijn dan € 250.000;
d. molens waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 250.000, maar lager zijn dan € 500.000;
e. boerderijen met een agrarische functie waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 100.000, maar lager zijn dan € 500.000;
f. andere monumenten dan monumenten met uitsluitend een orgelrestauratie, molens, of boerderijen met een agrarische functie, waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 200.000, maar lager zijn dan € 500.000;
g. andere monumenten dan monumenten met uitsluitend een orgelrestauratie, molens, of boerderijen met een agrarische functie, waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 1.000.000, maar lager zijn dan € 3.000.000.
a. monumenten met een grootschalige restauratie, waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 4.000.000, maar lager zijn dan € 10.000.000;
b. monumenten met uitsluitend een orgelrestauratie waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 150.000, maar lager zijn dan € 300.000;
c. molens waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 100.000, maar lager zijn dan € 250.000;
d. molens waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 250.000, maar lager zijn dan € 500.000;
e. boerderijen met een agrarische functie waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 100.000, maar lager zijn dan € 500.000;
f. andere monumenten dan monumenten met uitsluitend een orgelrestauratie, molens, of boerderijen met een agrarische functie, waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 200.000, maar lager zijn dan € 500.000;
g. andere monumenten dan monumenten met uitsluitend een orgelrestauratie, molens, of boerderijen met een agrarische functie, waarvan de subsidiabele kosten gelijk aan of hoger zijn dan € 1.000.000, maar lager zijn dan € 3.000.000.