BWBR0021730
Geldig vanaf 2007-04-21
Artikel 7
Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit
1. De totale bij een boetebeschikking op te leggen boete bestaat, in geval er sprake is van meerdere beboetbare feiten, uit de som van de per beboetbaar feit berekende boetebedragen.
2. De boete die per boetebeschikking aan een werkgever of een persoon die, zonder werkgever of werknemer te zijn, bedoeld in artikel 3, of de verantwoordelijke persoon, bedoeld in artikel 4, kan worden opgelegd, bedraagt:
a. minimaal € 25,–;
b. voor de werkgever als natuurlijk persoon maximaal € 11.250,–;
c. voor de werkgever als rechtspersoon maximaal € 45.000,–;
d. voor de persoon die noch werkgever noch werknemer is, bedoeld in artikel 3, maximaal € 11.250,–;
e. voor de verantwoordelijke persoon, bedoeld in artikel 4, maximaal € 2250,–.
2. De boete die per boetebeschikking aan een werkgever of een persoon die, zonder werkgever of werknemer te zijn, bedoeld in artikel 3, of de verantwoordelijke persoon, bedoeld in artikel 4, kan worden opgelegd, bedraagt:
a. minimaal € 25,–;
b. voor de werkgever als natuurlijk persoon maximaal € 11.250,–;
c. voor de werkgever als rechtspersoon maximaal € 45.000,–;
d. voor de persoon die noch werkgever noch werknemer is, bedoeld in artikel 3, maximaal € 11.250,–;
e. voor de verantwoordelijke persoon, bedoeld in artikel 4, maximaal € 2250,–.