BWBR0021679
Geldig vanaf 2007-04-13
Artikel 34
Regeling bekostiging personeel PO 2007–2008
1. Het bevoegd gezag van een school waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor tenminste 4 vreemdelingen, die korter dan 1 jaar in Nederland verblijven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding. Onder vreemdeling in dit artikel wordt verstaan een leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt en die door Onze minister van Justitie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door onze Onze minster van Justitie in bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland. Onder vreemdeling in dit artikel wordt tevens verstaan een leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt en van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat de leerling zelf of één van de ouders of voogden burger van de EU of EER landen of Zwitserland is en op grond van het EG verdrag in Nederland verblijft en die aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
Onder school wordt verstaan een bekostigde school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijsof een bekostigde school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
2. De bekostiging heeft betrekking op een periode van vier maanden, met als peildata:
a. 1 oktober voor de periode augustus tot en met november;
b. 1 februari voor de periode december tot en met maart;
c. 1 juni voor de periode april tot en met juli.
Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en aanvullende bekostiging een aanvraag in binnen vier weken na de peildatum.
3. Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 4600.
4. Elke aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, als bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij CFI/BPO en gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, adres, brinnummer, postcode en plaats van de school;
b. het aantal vreemdelingen op de peildatum, die korter dan 1 jaar in Nederland zijn;
c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd;
d. indien van toepassing de verklaring dat de school nog niet eerder de eerste opvang heeft verzorgd.
5. Van de aanvraag wordt een afschrift gezonden aan de inspectie van het basisonderwijs waaronder de school ressorteert.
6. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na indiening van de aanvraag.
7. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.
8. De in het eerste lid bedoelde bekostiging bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 1.145,96 voor personeel en € 36,34 voor materiële instandhouding welke bedragen worden gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van het schooljaar waarvoor de bekostiging is toegekend.
Onder school wordt verstaan een bekostigde school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijsof een bekostigde school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
2. De bekostiging heeft betrekking op een periode van vier maanden, met als peildata:
a. 1 oktober voor de periode augustus tot en met november;
b. 1 februari voor de periode december tot en met maart;
c. 1 juni voor de periode april tot en met juli.
Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en aanvullende bekostiging een aanvraag in binnen vier weken na de peildatum.
3. Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 4600.
4. Elke aanvraag voor de bijzondere en aanvullende bekostiging, als bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij CFI/BPO en gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, adres, brinnummer, postcode en plaats van de school;
b. het aantal vreemdelingen op de peildatum, die korter dan 1 jaar in Nederland zijn;
c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd;
d. indien van toepassing de verklaring dat de school nog niet eerder de eerste opvang heeft verzorgd.
5. Van de aanvraag wordt een afschrift gezonden aan de inspectie van het basisonderwijs waaronder de school ressorteert.
6. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk binnen vier maanden na indiening van de aanvraag.
7. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.
8. De in het eerste lid bedoelde bekostiging bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 1.145,96 voor personeel en € 36,34 voor materiële instandhouding welke bedragen worden gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van het schooljaar waarvoor de bekostiging is toegekend.