BWBR0021671
Geldig vanaf 2007-04-13
Artikel 3
Uitvoeringsregeling plaatsgebonden consignatie landelijke eenheden
1. Voor de toepassing van de in het tweede artikel bedoelde plaatsgebonden consignatie is artikel 18 van het Besluit bezoldiging politievan analoge toepassing met dien verstande dat de in het eerste lid van artikel 18vermelde definitie wordt vervangen door de definitie vermeld in het eerste artikel van deze uitvoeringsregeling. Voorts zijn van toepassing uitgezonderd het vierde tot en met het zesde lid van voormeld artikel 18.
2. De vergoeding voor elk uur plaatsgebonden consignatie wordt vergolden door middel van een bedrag in geld als bedoeld met de toeslag in artikel 27, achtste lid van het Besluit bezoldiging politie.
3. De in het tweede lid genoemde toelage wordt zo spoedig mogelijk uitbetaald, doch uiterlijk bij gelegenheid van de tweede salarisbetaling volgende op de periode van vier weken waarin consignatie is verricht. Van deze termijn kan worden afgeweken indien het dienstbelang dat vereist, of indien het dienstbelang zich daartegen niet verzet, op verzoek van de medewerker. Voor deze gevallen wordt een nieuwe uiterste termijn vastgesteld.
2. De vergoeding voor elk uur plaatsgebonden consignatie wordt vergolden door middel van een bedrag in geld als bedoeld met de toeslag in artikel 27, achtste lid van het Besluit bezoldiging politie.
3. De in het tweede lid genoemde toelage wordt zo spoedig mogelijk uitbetaald, doch uiterlijk bij gelegenheid van de tweede salarisbetaling volgende op de periode van vier weken waarin consignatie is verricht. Van deze termijn kan worden afgeweken indien het dienstbelang dat vereist, of indien het dienstbelang zich daartegen niet verzet, op verzoek van de medewerker. Voor deze gevallen wordt een nieuwe uiterste termijn vastgesteld.