BWBR0021605 Geldig vanaf 2007-06-01
Artikel 3
Warenwetbesluit tatoeëren en piercen
1. Een ondernemer beschikt over een vergunning van Onze Minister voor het gebruik van tatoeage- of piercingmateriaal in de ruimte waar de materialen gebruikt worden of zullen worden of die voor het gebruik van de materialen is ingericht.
2. Het eerste lid is niet van toepassing:
a. op de ondernemer, die een onderneming in stand houdt waarin uitsluitend piercingmateriaal wordt gebruikt om een oorlel te piercen;
b. op de ondernemer, die ter gelegenheid van een onderzoek dat plaatsvindt in het kader van een vergunningaanvraag ten overstaan van de met het toezicht op de naleving van dit besluit belaste ambtenaar, tatoeage- of piercingmateriaal gebruikt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing:
a. op de ondernemer, die een onderneming in stand houdt waarin uitsluitend piercingmateriaal wordt gebruikt om een oorlel te piercen;
b. op de ondernemer, die ter gelegenheid van een onderzoek dat plaatsvindt in het kader van een vergunningaanvraag ten overstaan van de met het toezicht op de naleving van dit besluit belaste ambtenaar, tatoeage- of piercingmateriaal gebruikt.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021605
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl