BWBR0021547
Geldig vanaf 2008-01-01
Artikel XX
Wet basisregistraties kadaster en topografie
1. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, van deze wet bij de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster, een verzoek in behandeling is als bedoeld in artikel 112, 113of 114 van de Kadasterwet, zoals die wet onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip luidde, wordt dat verzoek gelijkgesteld aan een verzoek als bedoeld in artikel 7t, eerste of derde lid.
2. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, van deze wet de genoemde Dienst een beslissing heeft genomen op een bezwaar als bedoeld in artikel 56ben op dat tijdstip de termijn waarbinnen een belanghebbende tegen die beslissing een verzoekschrift had kunnen indienen, indien artikel 56c van de Kadasterwetop dat tijdstip nog had gegolden, nog niet is verstreken, kan de belanghebbende tegen die beslissing op grond van de Algemene wet bestuursrechteen beroep bij de rechtbank instellen binnen de wettelijke termijn, te rekenen vanaf dat tijdstip. De vorengenoemde Dienst stelt de belanghebbende na het tijdstip van inwerkingtreding van eerdergenoemd onderdeel onverwijld op de hoogte van die wijziging.
3. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, van deze wet een verzoekschrift is ingediend krachtens artikel 56cof de artikelen 112, 113of 114 van de Kadasterwet, zoals die artikelen onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip luidden, blijven de artikelen 56c tot en met 56e, zoals die artikelen onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip luidden, van toepassing op dat verzoekschrift, de behandeling daarvan door de rechtbank en op de bijwerking. De Dienst, genoemd in het eerste lid, handelt in het geval van een vorenbedoeld verzoekschrift overeenkomstig artikel 7r van de Kadasterwet, als gewijzigd door deze wet.
2. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, van deze wet de genoemde Dienst een beslissing heeft genomen op een bezwaar als bedoeld in artikel 56ben op dat tijdstip de termijn waarbinnen een belanghebbende tegen die beslissing een verzoekschrift had kunnen indienen, indien artikel 56c van de Kadasterwetop dat tijdstip nog had gegolden, nog niet is verstreken, kan de belanghebbende tegen die beslissing op grond van de Algemene wet bestuursrechteen beroep bij de rechtbank instellen binnen de wettelijke termijn, te rekenen vanaf dat tijdstip. De vorengenoemde Dienst stelt de belanghebbende na het tijdstip van inwerkingtreding van eerdergenoemd onderdeel onverwijld op de hoogte van die wijziging.
3. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, van deze wet een verzoekschrift is ingediend krachtens artikel 56cof de artikelen 112, 113of 114 van de Kadasterwet, zoals die artikelen onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip luidden, blijven de artikelen 56c tot en met 56e, zoals die artikelen onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip luidden, van toepassing op dat verzoekschrift, de behandeling daarvan door de rechtbank en op de bijwerking. De Dienst, genoemd in het eerste lid, handelt in het geval van een vorenbedoeld verzoekschrift overeenkomstig artikel 7r van de Kadasterwet, als gewijzigd door deze wet.