BWBR0021457
Geldig vanaf 22-05-1991
Artikel 4
Besluit nadere werktijdregeling en overwerkvergoeding voor personenchauffeurs (4)
1. De vergoeding voor overwerk, verricht door de krachtens artikel 1 aangewezen ambtenaar, bestaat uit verlof, gelijk aan het aantal uren overschrijding van het krachtens artikel 1 vastgestelde aantal arbeidsuren en een bedrag in geld, dat voor elk uur van de overschrijding 50% van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur bedraagt.
2. Indien het dienstbelang zich verzet tegen het toekennen van verlof, wordt in plaats van verlof voor ieder uur overwerk een bedrag in geld toegekend gelijk aan het voor de ambtenaar geldende salaris per uur.
3. De geldende vergoeding voor overwerk kan maandelijks aan de ambtenaar worden vergoed op basis van het in de voorafgaande twaalf maanden gemiddeld per maand verrichte aantal uren overwerk. Het voortschrijdend gemiddelde wordt slechts één keer per kwartaal berekend.
4. Ten aanzien van nieuw indiensttredend personeel wordt de eerste drie maanden het overwerk op declaratie basis vergoed en vervolgens op basis van de voorafgaande periode tot er een gemiddelde over twaalf maanden kan worden berekend.
5. De overwerkuren die volgens het eerste lid zijn vergoed met verlof en een toeslag van 50% tellen niet mee voor de berekening van het in artikel 3 bedoelde maximum van 45 uur.
6. Bij het uit dienst treden van een krachtens artikel 1 aangewezen ambtenaar vindt geen nacalculatie plaats van het gemiddelde aantal overuren over de voorafgaande twaalf maanden.
2. Indien het dienstbelang zich verzet tegen het toekennen van verlof, wordt in plaats van verlof voor ieder uur overwerk een bedrag in geld toegekend gelijk aan het voor de ambtenaar geldende salaris per uur.
3. De geldende vergoeding voor overwerk kan maandelijks aan de ambtenaar worden vergoed op basis van het in de voorafgaande twaalf maanden gemiddeld per maand verrichte aantal uren overwerk. Het voortschrijdend gemiddelde wordt slechts één keer per kwartaal berekend.
4. Ten aanzien van nieuw indiensttredend personeel wordt de eerste drie maanden het overwerk op declaratie basis vergoed en vervolgens op basis van de voorafgaande periode tot er een gemiddelde over twaalf maanden kan worden berekend.
5. De overwerkuren die volgens het eerste lid zijn vergoed met verlof en een toeslag van 50% tellen niet mee voor de berekening van het in artikel 3 bedoelde maximum van 45 uur.
6. Bij het uit dienst treden van een krachtens artikel 1 aangewezen ambtenaar vindt geen nacalculatie plaats van het gemiddelde aantal overuren over de voorafgaande twaalf maanden.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021457
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl