BWBR0021328
Geldig vanaf 2007-02-28
Artikel 16
Regeling mobiele eenheid 2007
1. De korpschef draagt ervoor zorg dat in een regionale eenheid waarbinnen op basis van bijlage 1twee of meer pelotons basiseenheden voor bijstand beschikbaar moeten zijn, één peloton binnen anderhalf uur en een volgend peloton binnen vier uur gereed is voor vertrek.
2. De korpschef draagt ervoor zorg dat in een regionale eenheid waarbinnen op basis van bijlage 1één peloton en één sectie basiseenheden voor bijstand beschikbaar moeten zijn, één sectie binnen anderhalf uur en één volgende sectie binnen vier uur gereed is voor vertrek.
3. De korpschef draagt ervoor zorg dat in een regionale eenheid waarbinnen op basis van bijlage 2één peloton eenheden te water beschikbaar moet zijn, één sectie binnen anderhalf uur en de andere sectie binnen vier uur gereed is voor vertrek.
4. De korpschef draagt ervoor zorg dat van de bijzondere eenheden die op basis van bijlage 3voor bijstand binnen een regionale eenheid beschikbaar moeten zijn, de helft, zijnde ten minste een groep of eenheid, binnen anderhalf uur gereed is voor vertrek, en de volgende groep of eenheid binnen vier uur gereed is voor vertrek.
2. De korpschef draagt ervoor zorg dat in een regionale eenheid waarbinnen op basis van bijlage 1één peloton en één sectie basiseenheden voor bijstand beschikbaar moeten zijn, één sectie binnen anderhalf uur en één volgende sectie binnen vier uur gereed is voor vertrek.
3. De korpschef draagt ervoor zorg dat in een regionale eenheid waarbinnen op basis van bijlage 2één peloton eenheden te water beschikbaar moet zijn, één sectie binnen anderhalf uur en de andere sectie binnen vier uur gereed is voor vertrek.
4. De korpschef draagt ervoor zorg dat van de bijzondere eenheden die op basis van bijlage 3voor bijstand binnen een regionale eenheid beschikbaar moeten zijn, de helft, zijnde ten minste een groep of eenheid, binnen anderhalf uur gereed is voor vertrek, en de volgende groep of eenheid binnen vier uur gereed is voor vertrek.