BWBR0021308
Geldig vanaf 23-02-2007
Artikel II
Beleidsregel 2007 oplegging bestuurlijke boete bij niet tijdige aanmelding zorgverzekering
1. Tot de bijzondere omstandigheden die tot een verlaging van de boete leiden, rekent het CVZ uitsluitend de situatie dat de overtreder, gelet op zijn financiële situatie, de boete berekend overeenkomstig artikel 69, onderscheidenlijk artikel 96, derde en vierde lid, Zorgverzekeringswet, niet binnen een jaar na oplegging van de boete kan voldoen. De vorige volzin is slechts van toepassing indien de overtreder zijn onvermogen tot betaling aantoont en daarbij desgevraagd volledige inzage in zijn financiële positie geeft.
2. Het CVZ zal, indien de in het eerste lid bedoelde omstandigheid zich voordoet, de boete vaststellen op een zodanig lager bedrag dat de overtreder de boete wel binnen een jaar na oplegging kan betalen.
3. Het CVZ zal binnen redelijke grenzen rekening houden met dringende (af)betalingsverplichtingen van de overtreder, indien deze verplichtingen genoegzaam door de overtreder zijn aangetoond en indien deze verband houden met schulden aangegaan ten behoeve van de voorziening in de noodzakelijke bestaanskosten.
Het CVZ zal, ingeval het schulden aan natuurlijke personen betreft, een bewijsstuk vergen van de schuld en de (af)betalingsverplichting terzake van die schuld in de vorm van een authentiek afschrift van een notariële akte.
2. Het CVZ zal, indien de in het eerste lid bedoelde omstandigheid zich voordoet, de boete vaststellen op een zodanig lager bedrag dat de overtreder de boete wel binnen een jaar na oplegging kan betalen.
3. Het CVZ zal binnen redelijke grenzen rekening houden met dringende (af)betalingsverplichtingen van de overtreder, indien deze verplichtingen genoegzaam door de overtreder zijn aangetoond en indien deze verband houden met schulden aangegaan ten behoeve van de voorziening in de noodzakelijke bestaanskosten.
Het CVZ zal, ingeval het schulden aan natuurlijke personen betreft, een bewijsstuk vergen van de schuld en de (af)betalingsverplichting terzake van die schuld in de vorm van een authentiek afschrift van een notariële akte.
- Citeren als
- Art. II
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021308
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl