BWBR0021204
Geldig vanaf 2001-11-01
Artikel 4
Regeling bijzondere bevoegdverklaringen JAR-66 AML
1. Krachtens artikel 38, tweede en vijfde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaartwordt tot 1 juni 2011 op aanvraag, conform JAR 66.1(g), een bijzondere bevoegdverklaring afgegeven aan personen die op 1 juni 2001:
a. een certificeringsbevoegdheid als bedoeld in JAR 66.1(d) bezaten, als medewerker van een houder van een MOA, of
b. bezig waren zich te kwalificeren voor een certificeringsbevoegdheid, als bedoeld in JAR 66.1(d), volgens de procedure van een houder van een MOA, als bedoeld in JAR 66.1(e).
c ervaring: JAR 66.30.
2. Een aanvraag bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend onder bijsluiting van een advies dat is ondertekend door of namens de houder van de MOA.
3. Op de bijzondere bevoegdverklaringen die op grond van het eerste lid worden afgegeven, kunnen beperkingen worden aangebracht.
4. Voor een aanvraag bedoeld in het eerste lid worden geen kosten in rekening gebracht.
a. een certificeringsbevoegdheid als bedoeld in JAR 66.1(d) bezaten, als medewerker van een houder van een MOA, of
b. bezig waren zich te kwalificeren voor een certificeringsbevoegdheid, als bedoeld in JAR 66.1(d), volgens de procedure van een houder van een MOA, als bedoeld in JAR 66.1(e).
c ervaring: JAR 66.30.
2. Een aanvraag bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend onder bijsluiting van een advies dat is ondertekend door of namens de houder van de MOA.
3. Op de bijzondere bevoegdverklaringen die op grond van het eerste lid worden afgegeven, kunnen beperkingen worden aangebracht.
4. Voor een aanvraag bedoeld in het eerste lid worden geen kosten in rekening gebracht.