BWBR0021159
Geldig vanaf 2007-02-09
Artikel 7
Subsidieregeling Week van het leren 2007
1. CINOP adviseert de Minister over de verdeling van het beschikbare bedrag.
2. De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie, op grond van de volgende overwegingen:
a. de bijdrage die de activiteiten aan de promotie van het leren door volwassenen leveren en de mate waarin deze aansluiten op de landelijke campagne die in het kader van de Week van het leren wordt gevoerd en de omschrijving van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, derde lid;
b. een evenwichtige regionale spreiding van de activiteiten;
c. de originaliteit en het innovatieve karakter van de te organiseren activiteit en de te verwachten publieke uitstraling;
d. het bereiken van specifieke doelgroepen; en
e. de mate waarin het samenwerkingsverband steunt op een breed draagvlak van aanbieders van educatie met lokale en regionale partijen.
3. CINOP neemt bij het uitbrengen van het advies de criteria, bedoeld in het tweede lid, in acht.
2. De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie, op grond van de volgende overwegingen:
a. de bijdrage die de activiteiten aan de promotie van het leren door volwassenen leveren en de mate waarin deze aansluiten op de landelijke campagne die in het kader van de Week van het leren wordt gevoerd en de omschrijving van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, derde lid;
b. een evenwichtige regionale spreiding van de activiteiten;
c. de originaliteit en het innovatieve karakter van de te organiseren activiteit en de te verwachten publieke uitstraling;
d. het bereiken van specifieke doelgroepen; en
e. de mate waarin het samenwerkingsverband steunt op een breed draagvlak van aanbieders van educatie met lokale en regionale partijen.
3. CINOP neemt bij het uitbrengen van het advies de criteria, bedoeld in het tweede lid, in acht.