BWBR0021125
Geldig vanaf 2007-02-03
Artikel 2
Tijdelijk besluit delegatie subsidiebevoegdheid aan Stichting Koppeling en Stichting Opleiding Maatschappij en Gezondheid
1. De bevoegdheid tot het nemen van subsidiebesluiten met betrekking tot de gelden die daartoe door de Minister aan de organisaties worden verstrekt, wordt gedelegeerd aan:
a. de Stichting Koppeling, te Amsterdam, voor zover het besluiten betreft met betrekking tot het verstrekken van subsidie aan door de stichting daartoe aangewezen instellingen voor het vergoeden van aanmerkelijke inkomensschade van zorgverleners ten gevolge van het door hen verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan personen als bedoeld in artikel 10 van de Vreemdelingenwet 2000, waarvan de kosten niet of niet volledig op de betrokken personen kunnen worden verhaald;
b. de Stichting Opleiding Maatschappij en Gezondheid, te Utrecht, voor zover het besluiten betreft met betrekking tot het verstrekken van subsidie aan werkgevers van artsen ter bekostiging van de instroom van die artsen in de deelopleidingen collectieve preventie in de jaren 2006 en 2007.
2. Het nemen van subsidiebesluiten door de organisaties geschiedt met inachtneming van het door de Minister goedgekeurde activiteitenplan en de door de Minister goedgekeurde begroting.
a. de Stichting Koppeling, te Amsterdam, voor zover het besluiten betreft met betrekking tot het verstrekken van subsidie aan door de stichting daartoe aangewezen instellingen voor het vergoeden van aanmerkelijke inkomensschade van zorgverleners ten gevolge van het door hen verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan personen als bedoeld in artikel 10 van de Vreemdelingenwet 2000, waarvan de kosten niet of niet volledig op de betrokken personen kunnen worden verhaald;
b. de Stichting Opleiding Maatschappij en Gezondheid, te Utrecht, voor zover het besluiten betreft met betrekking tot het verstrekken van subsidie aan werkgevers van artsen ter bekostiging van de instroom van die artsen in de deelopleidingen collectieve preventie in de jaren 2006 en 2007.
2. Het nemen van subsidiebesluiten door de organisaties geschiedt met inachtneming van het door de Minister goedgekeurde activiteitenplan en de door de Minister goedgekeurde begroting.