BWBR0021050
Geldig vanaf 14-01-2007
Artikel 2
Verordening heffing scholing en vorming ondernemingsraadsleden 2007
1. De Rijksbelastingdienst ontvangt van de Bestuurskamer van de Sociaal- Economische Raad een nominatieve opgave van de naar het oordeel van de Bestuurskamer heffingsplichtige ondernemers. De Rijksbelastingdienst doet zo spoedig mogelijk na het verstrijken van elke maand van het jaar 2007 aan de Sociaal-Economische Raad een opgave van het totaal van de in die maand verzonden heffingsaanslagen, alsmede van het totaal van de in die maand ontvangen heffuigsbedragen. Tevens doet de Rijksbelastingdienst opgave van de in die maand wegens oninbaarheid afgeboekte heffingsbedragen.
2. Tegelijk met de in het vorige lid bedoelde maandelijkse opgave draagt de Rijksbelastingdienst het gesaldeerde bedrag aan de Sociaal-Economische Raad af.
3. De Belastingdienst verantwoordt zich in het Beheersverslag over de geleverde prestaties. Het Beheersverslag wordt gecertificeerd door de Auditdienst Financiën en resulteert in een accountantsverklaring. In het beheersverslag van de Belastingdienst wordt ten minste melding gemaakt van de in dat jaar opgelegde heffingsaanslagen en de ontvangen heffingsbedragen, gespecificeerd naar dat jaar en de vorige jaren. Voorts wordt in het Beheersverslag de aan de Sociaal-Economische Raad in rekening gebrachte vergoeding vermeld.
2. Tegelijk met de in het vorige lid bedoelde maandelijkse opgave draagt de Rijksbelastingdienst het gesaldeerde bedrag aan de Sociaal-Economische Raad af.
3. De Belastingdienst verantwoordt zich in het Beheersverslag over de geleverde prestaties. Het Beheersverslag wordt gecertificeerd door de Auditdienst Financiën en resulteert in een accountantsverklaring. In het beheersverslag van de Belastingdienst wordt ten minste melding gemaakt van de in dat jaar opgelegde heffingsaanslagen en de ontvangen heffingsbedragen, gespecificeerd naar dat jaar en de vorige jaren. Voorts wordt in het Beheersverslag de aan de Sociaal-Economische Raad in rekening gebrachte vergoeding vermeld.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021050
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl