BWBR0020893
Geldig vanaf 2006-12-30
Artikel 3
Tijdelijke beleidsregel leer-werk-traject taxi
1. Een bewijsschrift wordt op aanvraag door de Minister van Verkeer en Waterstaat verstrekt.
2. Een aanvraag voor een bewijsschrift wordt mede aangemerkt als zijnde een aanvraag voor een chauffeurspas.
3. Bij de aanvraag voor het bewijsschrift worden de volgende documenten overgelegd:
a. een rijbewijs als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 dan wel een door het bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs, dat geldig is voor het besturen van het motorrijtuig waarmee wordt gereden;
b. een geneeskundige verklaring die niet ouder is dan twee maanden, die voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 74, eerste lid, van het besluit;
c. een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan twee maanden;
d. een bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager zich bij het CBR heeft ingeschreven voor het examen vakbekwaamheid voor het besturen van een taxi, bedoeld in artikel 3 van de regeling;
e. een gezamenlijke verklaring.
4. Een bewijsschrift wordt geweigerd indien aan de aanvrager eerder een bewijsschrift is verstrekt.
2. Een aanvraag voor een bewijsschrift wordt mede aangemerkt als zijnde een aanvraag voor een chauffeurspas.
3. Bij de aanvraag voor het bewijsschrift worden de volgende documenten overgelegd:
a. een rijbewijs als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 dan wel een door het bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs, dat geldig is voor het besturen van het motorrijtuig waarmee wordt gereden;
b. een geneeskundige verklaring die niet ouder is dan twee maanden, die voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 74, eerste lid, van het besluit;
c. een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan twee maanden;
d. een bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager zich bij het CBR heeft ingeschreven voor het examen vakbekwaamheid voor het besturen van een taxi, bedoeld in artikel 3 van de regeling;
e. een gezamenlijke verklaring.
4. Een bewijsschrift wordt geweigerd indien aan de aanvrager eerder een bewijsschrift is verstrekt.