BWBR0020872
Geldig vanaf 2006-12-29
Artikel 12
Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006
1. Een bijdrage wordt alleen verstrekt, indien het college de opsporingswerkzaamheden vóór de daadwerkelijke aanvang van de werkzaamheden bij Onze Minister heeft aangemeld.
2. In de aanmelding wordt opgenomen:
a. een kopie van het procescertificaat, bedoeld in artikel 3, derde lid;
b. de reden van de opsporing;
c. de uitkomsten van het vooronderzoek;
d. het op basis van de uitkomsten van het vooronderzoek uitgebrachte advies aan het college;
e. een projectplan als bedoeld in de beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat «opsporen conventionele explosieven», bedoeld in artikel 4.17e van de Arbeidsomstandighedenregeling;
f. de vermoedelijke aard van het conventionele explosief of de conventionele explosieven;
g. de vermoedelijke straal van de schervengevarenzone;
h. een situatietekening en een plattegrond van de gemeente;
i. het gebied waarbinnen bepaalde (grond)werkzaamheden tot detonatie kunnen leiden;
j. de vermoedelijke ligging van het conventionele explosief of de conventionele explosieven ten opzichte van een woonkern of een kwetsbare infrastructuur;
k. de voorziene risico’s voor de bevolking;
l. de mogelijkheden om al dan niet beschermende maatregelen te treffen;
m. een gespecificeerde kostenraming; en
n. het tijdstip waarop de werkzaamheden een aanvang zullen nemen en naar verwachting zullen worden beëindigd.
3. Het eerste lid is niet van toepassing, indien naar aanleiding van een vondst van een conventioneel explosief wegens acuut levensbedreigend gevaar voor de bevolking direct met opsporingswerkzaamheden wordt begonnen, dan wel indien na een ruiming nadere opsporingswerkzaamheden met spoed noodzakelijk zijn. De aanmelding geschiedt dan zo spoedig mogelijk.
2. In de aanmelding wordt opgenomen:
a. een kopie van het procescertificaat, bedoeld in artikel 3, derde lid;
b. de reden van de opsporing;
c. de uitkomsten van het vooronderzoek;
d. het op basis van de uitkomsten van het vooronderzoek uitgebrachte advies aan het college;
e. een projectplan als bedoeld in de beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat «opsporen conventionele explosieven», bedoeld in artikel 4.17e van de Arbeidsomstandighedenregeling;
f. de vermoedelijke aard van het conventionele explosief of de conventionele explosieven;
g. de vermoedelijke straal van de schervengevarenzone;
h. een situatietekening en een plattegrond van de gemeente;
i. het gebied waarbinnen bepaalde (grond)werkzaamheden tot detonatie kunnen leiden;
j. de vermoedelijke ligging van het conventionele explosief of de conventionele explosieven ten opzichte van een woonkern of een kwetsbare infrastructuur;
k. de voorziene risico’s voor de bevolking;
l. de mogelijkheden om al dan niet beschermende maatregelen te treffen;
m. een gespecificeerde kostenraming; en
n. het tijdstip waarop de werkzaamheden een aanvang zullen nemen en naar verwachting zullen worden beëindigd.
3. Het eerste lid is niet van toepassing, indien naar aanleiding van een vondst van een conventioneel explosief wegens acuut levensbedreigend gevaar voor de bevolking direct met opsporingswerkzaamheden wordt begonnen, dan wel indien na een ruiming nadere opsporingswerkzaamheden met spoed noodzakelijk zijn. De aanmelding geschiedt dan zo spoedig mogelijk.