BWBR0020854
Geldig vanaf 2009-06-17
Artikel 6b
Regeling maatschappelijke ondersteuning
1. Een mantelzorger ontvangt ter waardering van zijn werk een uitkering, indien:
a. door het CIZ of bureau jeugdzorg op of na 1 augustus 2009 aan een persoon een indicatie is afgegeven met een geldigheidsduur van ten minste 371 dagen voor extramurale zorg in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, en
b. de onder a bedoelde persoon de desbetreffende mantelzorger als begunstigde voor de uitkering heeft aangewezen.
2. Een indicatie is afgegeven met een geldigheidsduur van ten minste 371 dagen, indien aan een persoon meerdere indicaties zijn afgegeven:
a. waarvan de geldigheidsduur in het totaal ten minste 371 dagen bedraagt, en
b. de begindatum van elke indicatie niet meer dan 42 dagen na de einddatum van de daaraan voorafgaande indicatie is gelegen.
a. door het CIZ of bureau jeugdzorg op of na 1 augustus 2009 aan een persoon een indicatie is afgegeven met een geldigheidsduur van ten minste 371 dagen voor extramurale zorg in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, en
b. de onder a bedoelde persoon de desbetreffende mantelzorger als begunstigde voor de uitkering heeft aangewezen.
2. Een indicatie is afgegeven met een geldigheidsduur van ten minste 371 dagen, indien aan een persoon meerdere indicaties zijn afgegeven:
a. waarvan de geldigheidsduur in het totaal ten minste 371 dagen bedraagt, en
b. de begindatum van elke indicatie niet meer dan 42 dagen na de einddatum van de daaraan voorafgaande indicatie is gelegen.