BWBR0020826
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 2
Regeling vakbekwaamheid technische hulpmiddelen strafvordering
1. Een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvorderingkan door of namens de korpschef worden aangewezen voor het betreden van de in het tweede lid genoemde categorieën van besloten plaatsen ten behoeve van het plaatsen van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie, indien hij beschikt over een certificaat van vakbekwaamheid voor de betreffende categorie.
2. Het in het eerste lid genoemde certificaat van vakbekwaamheid kan worden afgegeven voor de categorieën:
a. vervoermiddelen, voor zover het niet betreft een als woning in gebruik zijnd gedeelte ervan;
b. besloten plaatsen, anders dan vervoermiddelen of woningen;
c. woningen.
3. Het in het eerste lid genoemde certificaat van vakbekwaamheid wordt uitsluitend afgegeven indien is voldaan aan de voor de in het tweede lid onderscheiden categorieën vastgestelde kwalificaties met betrekking tot:
a. de tactiek, techniek en hulpmiddelen met betrekking tot het betreden van besloten plaatsen;
b. de tactiek, techniek en hulpmiddelen met betrekking tot de inzet van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie;
c. gevaarsbeheersing;
d. het relevant juridisch kader en het proces-verbaal.
2. Het in het eerste lid genoemde certificaat van vakbekwaamheid kan worden afgegeven voor de categorieën:
a. vervoermiddelen, voor zover het niet betreft een als woning in gebruik zijnd gedeelte ervan;
b. besloten plaatsen, anders dan vervoermiddelen of woningen;
c. woningen.
3. Het in het eerste lid genoemde certificaat van vakbekwaamheid wordt uitsluitend afgegeven indien is voldaan aan de voor de in het tweede lid onderscheiden categorieën vastgestelde kwalificaties met betrekking tot:
a. de tactiek, techniek en hulpmiddelen met betrekking tot het betreden van besloten plaatsen;
b. de tactiek, techniek en hulpmiddelen met betrekking tot de inzet van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie;
c. gevaarsbeheersing;
d. het relevant juridisch kader en het proces-verbaal.