BWBR0020786
Geldig vanaf 2008-09-26
Artikel 12d
Regeling voorkoming verontreiniging door schepen
1. Indien een schip met goed gevolg overeenkomstig artikel 12c, eerste lid, is geïnspecteerd, geeft de Minister tevens een internationaal certificaat betreffende de inventarisatie van gevaarlijke materialen als bedoeld in voorschrift 11, eerste lid, van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag af.
2. Indien een schip met goed gevolg overeenkomstig artikel 12c, tweede lid, is geïnspecteerd, verstrekt de Minister tevens een aantekening als bedoeld in voorschrift 11, tweede lid van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag op het internationaal certificaat betreffende de inventarisatie van gevaarlijke materialen.
3. Indien een schip met goed gevolg overeenkomstig artikel 12c, derde lid, is geïnspecteerd, geeft de Minister tevens een internationaal certificaat betreffende de gereedheid voor recycling als bedoeld in voorschrift 11, elfde lid, van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag af.
4. Een verklaring als bedoeld in artikel 12c, vierde lid, geldt tevens als een verklaring als bedoeld in voorschrift 9, onderdeel 4, van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag.
5. De geldigheidsduur van de certificaten, bedoeld in het eerste of derde lid, is gelijk aan de geldigheidsduur van de certificaten afgegeven op grond van artikel 12c, eerste, onderscheidenlijk derde lid.
2. Indien een schip met goed gevolg overeenkomstig artikel 12c, tweede lid, is geïnspecteerd, verstrekt de Minister tevens een aantekening als bedoeld in voorschrift 11, tweede lid van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag op het internationaal certificaat betreffende de inventarisatie van gevaarlijke materialen.
3. Indien een schip met goed gevolg overeenkomstig artikel 12c, derde lid, is geïnspecteerd, geeft de Minister tevens een internationaal certificaat betreffende de gereedheid voor recycling als bedoeld in voorschrift 11, elfde lid, van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag af.
4. Een verklaring als bedoeld in artikel 12c, vierde lid, geldt tevens als een verklaring als bedoeld in voorschrift 9, onderdeel 4, van de bijlage bij het Scheepsrecyclingsverdrag.
5. De geldigheidsduur van de certificaten, bedoeld in het eerste of derde lid, is gelijk aan de geldigheidsduur van de certificaten afgegeven op grond van artikel 12c, eerste, onderscheidenlijk derde lid.