BWBR0020777
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 2
Subsidieregeling Voorlichtingsbureau Short Sea Shipping 2007–2009
1. De Minister kan de Stichting een subsidie verlenen om activiteiten te verrichten die ten doel hebben:
a. de bekendheid van verladers en expediteurs met short sea shipping te vergroten;
b. de mogelijkheden van short sea shipping voor potentiële gebruikers inzichtelijk te maken;
c. het daadwerkelijk gebruik van short sea shipping als transportmodus te bevorderen, of
d. de samenwerking met de voorlichtingsbureaus voor het spoorvervoer en de binnenvaart nader te bepalen en concreet in te vullen.
2. De subsidie wordt per boekjaar verleend. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar.
3. De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat er op de begroting van de uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het desbetreffende jaar voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
4. De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat voor het resterende gedeelte van de kosten van de Stichting elk jaar voldoende gelden door medefinanciers beschikbaar worden gesteld.
5. Uiterlijk 1 maart van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, beschikt de subsidieontvanger over voldoende gelden van medefinanciers. De subsidieontvanger deelt de Minister dit onverwijld mede, met medezending van kopieën van toekenningsbrieven van deze medefinanciers.
a. de bekendheid van verladers en expediteurs met short sea shipping te vergroten;
b. de mogelijkheden van short sea shipping voor potentiële gebruikers inzichtelijk te maken;
c. het daadwerkelijk gebruik van short sea shipping als transportmodus te bevorderen, of
d. de samenwerking met de voorlichtingsbureaus voor het spoorvervoer en de binnenvaart nader te bepalen en concreet in te vullen.
2. De subsidie wordt per boekjaar verleend. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar.
3. De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat er op de begroting van de uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het desbetreffende jaar voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
4. De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat voor het resterende gedeelte van de kosten van de Stichting elk jaar voldoende gelden door medefinanciers beschikbaar worden gesteld.
5. Uiterlijk 1 maart van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, beschikt de subsidieontvanger over voldoende gelden van medefinanciers. De subsidieontvanger deelt de Minister dit onverwijld mede, met medezending van kopieën van toekenningsbrieven van deze medefinanciers.