BWBR0020732
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:2
Regeling solvabiliteitsmarge en technische voorzieningen verzekeraars
1. Een levensverzekeraar voert de toets naar de toereikendheid van de balanswaarde van de voorziening voor levensverzekering, bedoeld in artikel 121, tweede lid, van het Besluit, uit op basis van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur.
2. In afwijking van het eerste lid is het een levensverzekeraar toegestaan om in plaats van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur een door de levensverzekeraar vastgestelde rentetermijnstructuur te hanteren. Daarbij geldt als voorwaarde dat DNB goedkeuring heeft verleend aan de te hanteren methode voor de vaststelling van en de te hanteren grondslagen voor de door de levensverzekeraar vast te stellen rentetermijnstructuur.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien en voor zover de voorziening, bedoeld in het eerste lid, rechtstreeks gekoppeld is aan een waarde, bedoeld in artikel 125, eerste of tweede lid, van het Besluit, en voldaan is aan de voorwaarden in deze leden met betrekking tot de dekking van deze voorziening.
4. In afwijking van het eerste lid, kan DNB op aanvraag van een levensverzekeraar toestaan dat deze de toets, bedoeld in het eerste lid, uitvoert op basis van één enkele, door DNB gepubliceerde disconteringsvoet, of een door de levensverzekeraar vastgestelde en door DNB goedgekeurde, disconteringsvoet die hoort bij de looptijdkarakteristieken van de verzekeringsverplichtingen, indien de levensverzekeraar aantoont:
a. dat redelijkerwijs niet kan worden voldaan aan het eerste lid; en
b. dat de voorziening ten minste gelijk is aan de voorziening op basis van de rentetermijnstructuur, bedoeld in het eerste lid.
2. In afwijking van het eerste lid is het een levensverzekeraar toegestaan om in plaats van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur een door de levensverzekeraar vastgestelde rentetermijnstructuur te hanteren. Daarbij geldt als voorwaarde dat DNB goedkeuring heeft verleend aan de te hanteren methode voor de vaststelling van en de te hanteren grondslagen voor de door de levensverzekeraar vast te stellen rentetermijnstructuur.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien en voor zover de voorziening, bedoeld in het eerste lid, rechtstreeks gekoppeld is aan een waarde, bedoeld in artikel 125, eerste of tweede lid, van het Besluit, en voldaan is aan de voorwaarden in deze leden met betrekking tot de dekking van deze voorziening.
4. In afwijking van het eerste lid, kan DNB op aanvraag van een levensverzekeraar toestaan dat deze de toets, bedoeld in het eerste lid, uitvoert op basis van één enkele, door DNB gepubliceerde disconteringsvoet, of een door de levensverzekeraar vastgestelde en door DNB goedgekeurde, disconteringsvoet die hoort bij de looptijdkarakteristieken van de verzekeringsverplichtingen, indien de levensverzekeraar aantoont:
a. dat redelijkerwijs niet kan worden voldaan aan het eerste lid; en
b. dat de voorziening ten minste gelijk is aan de voorziening op basis van de rentetermijnstructuur, bedoeld in het eerste lid.
- Citeren als
- Art. 3:2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020732
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl