BWBR0020674
Geldig vanaf 2017-06-26
Artikel 7.7
Besluit inburgering
1. Onze Minister stelt ten behoeve van de vaststelling van de rijksbijdrage jaarlijks de bijdragevergoedingen, bedoeld in artikel 7.5en 7.6, vast.
2. Onze Minister stelt ten behoeve van de vast te stellen hoogte van de bijdragevergoedingen jaarlijks de onderlinge verhouding vast tussen de indicatoren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, onderdelen a, c, e en g, en artikel 7.1, vierde lid, onderdeel c, enerzijds en de indicatoren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, onderdelen b, d, f en h, en artikel 7.1, vierde lid, onderdelen d en e, anderzijds.
3. Onze Minister stelt de bijdragevergoedingen vast aan de hand van de verhouding, bedoeld in het tweede lid, de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020611/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, tweede lid, van de wet</a>zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van <a href="/wet/BWBR0032031/artikel/I" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel I van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige</a>(Stb. 430) en een uitvalpercentage ter hoogte van 10%.
4. Onze Minister maakt de hoogte van de bijdragevergoedingen jaarlijks voor 15 september bekend.
2. Onze Minister stelt ten behoeve van de vast te stellen hoogte van de bijdragevergoedingen jaarlijks de onderlinge verhouding vast tussen de indicatoren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, onderdelen a, c, e en g, en artikel 7.1, vierde lid, onderdeel c, enerzijds en de indicatoren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, onderdelen b, d, f en h, en artikel 7.1, vierde lid, onderdelen d en e, anderzijds.
3. Onze Minister stelt de bijdragevergoedingen vast aan de hand van de verhouding, bedoeld in het tweede lid, de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020611/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, tweede lid, van de wet</a>zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van <a href="/wet/BWBR0032031/artikel/I" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel I van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige</a>(Stb. 430) en een uitvalpercentage ter hoogte van 10%.
4. Onze Minister maakt de hoogte van de bijdragevergoedingen jaarlijks voor 15 september bekend.