BWBR0020674
Geldig vanaf 2017-06-26
Artikel 7.13
Besluit inburgering
De rijksbijdrage voor een gemeente ten behoeve van nieuwe inburgeringsplichtigen wordt berekend op de grondslag van:
a. het aantal nieuwe inburgeringsplichtigen, ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening, een duale inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de wet, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Wet participatiebudget heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald;
b. het aantal in onderdeel a bedoelde nieuwe inburgeringsplichtigen dat binnen drie kalenderjaren nadat voor hen de inburgeringsvoorziening is vastgesteld, heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het examen, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel c, zoals dit luidde op 31 december 2014.
a. het aantal nieuwe inburgeringsplichtigen, ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening, een duale inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de wet, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Wet participatiebudget heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald;
b. het aantal in onderdeel a bedoelde nieuwe inburgeringsplichtigen dat binnen drie kalenderjaren nadat voor hen de inburgeringsvoorziening is vastgesteld, heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het examen, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel c, zoals dit luidde op 31 december 2014.