BWBR0020674
Geldig vanaf 2017-06-26
Artikel 3.9b
Besluit inburgering
1. Bij het participatieverklaringstraject worden door het college de aanwezigheid van de inburgeringsplichtige bij de inleiding op de Nederlandse kernwaarden, aanwezigheid bij de ondertekeningsbijeenkomst en de ondertekening van de participatieverklaring geregistreerd.
2. De resultaten van de onderdelen leesvaardigheid en luistervaardigheid van het inburgeringsexamen worden beoordeeld door Onze Minister door middel van het geautomatiseerde systeem, bedoeld in artikel 3.9a, tweede lid. Het onderdeel spreekvaardigheid van het inburgeringsexamen wordt voor een deel beoordeeld door middel van het geautomatiseerde systeem, bedoeld in artikel 3.9a, tweede lid, en voor het overige deel door een of meer door Onze Minister aan te wijzen beoordelaars.
3. Het onderdeel schrijfvaardigheid wordt beoordeeld door een of meer door Onze Minister aan te wijzen beoordelaars.
4. Het onderdeel kennis van de Nederlandse samenleving van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.9a, vierde lid, wordt voor wat betreft het onderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij door middel van een geautomatiseerd systeem beoordeeld en het praktijkexamen van het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt wordt door een of meer examinatoren beoordeeld.
5. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de beoordeling van het examen.
2. De resultaten van de onderdelen leesvaardigheid en luistervaardigheid van het inburgeringsexamen worden beoordeeld door Onze Minister door middel van het geautomatiseerde systeem, bedoeld in artikel 3.9a, tweede lid. Het onderdeel spreekvaardigheid van het inburgeringsexamen wordt voor een deel beoordeeld door middel van het geautomatiseerde systeem, bedoeld in artikel 3.9a, tweede lid, en voor het overige deel door een of meer door Onze Minister aan te wijzen beoordelaars.
3. Het onderdeel schrijfvaardigheid wordt beoordeeld door een of meer door Onze Minister aan te wijzen beoordelaars.
4. Het onderdeel kennis van de Nederlandse samenleving van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.9a, vierde lid, wordt voor wat betreft het onderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij door middel van een geautomatiseerd systeem beoordeeld en het praktijkexamen van het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt wordt door een of meer examinatoren beoordeeld.
5. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de beoordeling van het examen.