BWBR0020674
Geldig vanaf 2017-06-26
Artikel 3.9
Besluit inburgering
1. Het inburgeringsexamen bestaat wat betreft het participatieverklaringstraject, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020611/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de wet</a>, uit de volgende onderdelen:
a. een inleiding op de Nederlandse kernwaarden;
b. de ondertekening van de participatieverklaring.
2. Het inburgeringsexamen bestaat voor wat betreft de examinering van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020611/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, tweede lid, onderdeel b, van de wet</a>, uit de volgende onderdelen:
a. leesvaardigheid;
b. luistervaardigheid;
c. schrijfvaardigheid;
d. spreekvaardigheid.
3. Het inburgeringsexamen bestaat voor wat betreft de examinering van de kennis van de Nederlandse samenleving, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020611/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, tweede lid, onderdeel c, van de wet</a>, uit de volgende onderdelen:
a. kennis van de Nederlandse maatschappij;
b. oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt.
4. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de onderdelen van het inburgeringsexamen, genoemd in het eerste tot en met derde lid.
a. een inleiding op de Nederlandse kernwaarden;
b. de ondertekening van de participatieverklaring.
2. Het inburgeringsexamen bestaat voor wat betreft de examinering van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020611/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, tweede lid, onderdeel b, van de wet</a>, uit de volgende onderdelen:
a. leesvaardigheid;
b. luistervaardigheid;
c. schrijfvaardigheid;
d. spreekvaardigheid.
3. Het inburgeringsexamen bestaat voor wat betreft de examinering van de kennis van de Nederlandse samenleving, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020611/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, tweede lid, onderdeel c, van de wet</a>, uit de volgende onderdelen:
a. kennis van de Nederlandse maatschappij;
b. oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt.
4. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de onderdelen van het inburgeringsexamen, genoemd in het eerste tot en met derde lid.