BWBR0020674
Geldig vanaf 2017-06-26
Artikel 3.5
Besluit inburgering
1. Onze Minister dan wel het college stelt de kandidaat met een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap op diens verzoek in de gelegenheid het inburgeringsexamen dan wel een onderdeel daarvan af te leggen op een wijze die is aangepast aan zijn mogelijkheden.
2. Indien Onze Minister bij de toepassing van artikel 2.8heeft geoordeeld dat de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen dan wel een onderdeel daarvan slechts kan afleggen op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die inburgeringsplichtige, legt de kandidaat bij de aanvraag de beschikking, bedoeld in het derde lid van dat artikel over.
3. In de overige gevallen legt de kandidaat een advies over van een door Onze Minister aangewezen onafhankelijke arts, die is ingeschreven in het betreffende register, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006251/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg</a>, waaruit blijkt dat hij het inburgeringsexamen dan wel een onderdeel daarvan slechts kan afleggen op een wijze die is aangepast aan zijn mogelijkheden.
4. Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de toepassing van dit artikel.
2. Indien Onze Minister bij de toepassing van artikel 2.8heeft geoordeeld dat de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen dan wel een onderdeel daarvan slechts kan afleggen op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die inburgeringsplichtige, legt de kandidaat bij de aanvraag de beschikking, bedoeld in het derde lid van dat artikel over.
3. In de overige gevallen legt de kandidaat een advies over van een door Onze Minister aangewezen onafhankelijke arts, die is ingeschreven in het betreffende register, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006251/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg</a>, waaruit blijkt dat hij het inburgeringsexamen dan wel een onderdeel daarvan slechts kan afleggen op een wijze die is aangepast aan zijn mogelijkheden.
4. Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de toepassing van dit artikel.