BWBR0020674
Geldig vanaf 2017-06-26
Artikel 2.4a
Besluit inburgering
1. Van de verplichtingen om kennis van de Nederlandse samenleving te verwerven en het inburgeringsexamen te behalen, wordt voor wat betreft het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt, bedoeld in de artikelen 2.10, eerste lid, onderdeel b, en 3.9, derde lid, onderdeel b, op verzoek vrijgesteld de inburgeringsplichtige die in een periode van twaalf maanden voorafgaande aan het verzoek:
a. in ten minste zes maanden minimaal 48 uur per maand werkzaamheden in loondienst heeft verricht;
b. winst uit een onderneming, bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001, had die ten minste gelijk was aan (L / 40) * 48 * 6; of
c. in ten minste zes maanden bijstand ontving op grond van artikel 2, eerste of tweede lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.
2. In het eerste lid, onderdeel b, staat L voor het minimumloon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van die wet</a>.
3. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.
a. in ten minste zes maanden minimaal 48 uur per maand werkzaamheden in loondienst heeft verricht;
b. winst uit een onderneming, bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001, had die ten minste gelijk was aan (L / 40) * 48 * 6; of
c. in ten minste zes maanden bijstand ontving op grond van artikel 2, eerste of tweede lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.
2. In het eerste lid, onderdeel b, staat L voor het minimumloon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van die wet</a>.
3. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.