BWBR0020674
Geldig vanaf 2017-06-26
Artikel 2.4
Besluit inburgering
1. Van de verplichting om mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven en de betreffende onderdelen van het inburgeringsexamen te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over het certificaat, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009544/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers</a>, alsmede de verklaring van het regionaal opleidingencentrum op grond waarvan dat certificaat is afgegeven, indien uit die verklaring blijkt dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal is behaald.
2. Van de verplichting om kennis van de Nederlandse samenleving te verwerven en het betreffende onderdeel van het inburgeringsexamen te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over het certificaat, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009544/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers</a>, alsmede de verklaring van het regionaal opleidingencentrum op grond waarvan dat certificaat is afgegeven, indien uit die verklaring blijkt dat voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie is behaald:
a. het niveau van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van die wet, of
b. een score van de MO-Profieltoets van ten minste: 85%, indien die toets is afgelegd voor 1 september 2001, respectievelijk 80%, indien die toets is afgelegd na 31 augustus 2001.
3. Bij regeling van Onze Minister kan worden voorzien in gedeeltelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van andere diploma’s, certificaten of documenten dan genoemd in het eerste of tweede lid.
2. Van de verplichting om kennis van de Nederlandse samenleving te verwerven en het betreffende onderdeel van het inburgeringsexamen te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over het certificaat, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009544/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers</a>, alsmede de verklaring van het regionaal opleidingencentrum op grond waarvan dat certificaat is afgegeven, indien uit die verklaring blijkt dat voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie is behaald:
a. het niveau van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van die wet, of
b. een score van de MO-Profieltoets van ten minste: 85%, indien die toets is afgelegd voor 1 september 2001, respectievelijk 80%, indien die toets is afgelegd na 31 augustus 2001.
3. Bij regeling van Onze Minister kan worden voorzien in gedeeltelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van andere diploma’s, certificaten of documenten dan genoemd in het eerste of tweede lid.