BWBR0020608
Geldig vanaf 2007-01-16
Artikel VIc
Wijzigingswet Elektriciteitswet 1998 en Gaswet (nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer)
1. Voor zover dat, en op een wijze die, in overeenstemming is met de rechten van derden die voortvloeien uit een overeenkomst, zijn de <a href="/wet/BWBR0011440/artikel/85" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 85 van de Gaswet</a>en <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/93" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">93 van de Elektriciteitswet 1998</a>van toepassing op de overgang van de economische eigendom van een net als bedoeld in de artikelen VI, tweede lid, en VIa, tweede lid, op de verschaffing van de economische eigendom aan de netbeheerder bij een aanwijzing als bedoeld in artikel VI, derde lid, of in artikel VIa, derde lid, of aan een derde, dan wel op de overdracht van de aandelen in een aldus aangewezen netbeheerder en op de overgang van de eigendom van een net ingevolge een overeenkomst.
2. In het geval van een verschaffing van de economische eigendom als bedoeld in het eerste lid of een aanwijzing als bedoeld in artikel VI, derde lid, of artikel VIa, derde lid, wordt een redelijke termijn als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0011440/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6, eerste lid, van de Gaswet</a>geacht in acht te zijn genomen.
3. Indien een vennootschap of rechtspersoon op grond van een overeenkomst het recht heeft om de economische eigendom van het betreffende net te verkrijgen tegen een vaste prijs, wordt een voorgenomen besluit omtrent de uitoefening van de bevoegdheid tot verkrijging tijdig voor de uitvoering daarvan ter kennis gebracht aan Onze Minister.
2. In het geval van een verschaffing van de economische eigendom als bedoeld in het eerste lid of een aanwijzing als bedoeld in artikel VI, derde lid, of artikel VIa, derde lid, wordt een redelijke termijn als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0011440/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6, eerste lid, van de Gaswet</a>geacht in acht te zijn genomen.
3. Indien een vennootschap of rechtspersoon op grond van een overeenkomst het recht heeft om de economische eigendom van het betreffende net te verkrijgen tegen een vaste prijs, wordt een voorgenomen besluit omtrent de uitoefening van de bevoegdheid tot verkrijging tijdig voor de uitvoering daarvan ter kennis gebracht aan Onze Minister.