BWBR0020583
Geldig vanaf 2007-04-01
Artikel 5
Regeling materieelbeheer museale voorwerpen
1. Museale voorwerpen worden zodanig beheerd dat de kans op schade aan derden of aansprakelijkstelling door derden zoveel mogelijk wordt voorkomen.
2. De Minister of het college inventariseert de risico’s dat met de museale voorwerpen aanzienlijke schade aan derden kan worden toegebracht, dan wel dat het beheer van die voorwerpen aanleiding kan zijn tot aansprakelijkstelling door derden met aanzienlijke financiële gevolgen.
3. Aan de hand van de schatting van de kans dat de geïnventariseerde risico’s, bedoeld in het eerste en tweede lid, zich zullen voordoen, wordt besloten of en zo ja welke preventieve maatregelen moeten worden genomen ter voorkoming of beperking van de risico’s, dan wel welke maatregelen moeten worden genomen voor het herstel van de schade of de opvang van de gevolgen van aansprakelijkstelling.
4. De Minister of het college draagt zorg voor het administreren van gegevens met betrekking tot gevallen van schade en aansprakelijkheid die zich hebben voorgedaan.
5. De in het vierde lid bedoelde gegevens worden op verzoek van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan hem overgelegd.
2. De Minister of het college inventariseert de risico’s dat met de museale voorwerpen aanzienlijke schade aan derden kan worden toegebracht, dan wel dat het beheer van die voorwerpen aanleiding kan zijn tot aansprakelijkstelling door derden met aanzienlijke financiële gevolgen.
3. Aan de hand van de schatting van de kans dat de geïnventariseerde risico’s, bedoeld in het eerste en tweede lid, zich zullen voordoen, wordt besloten of en zo ja welke preventieve maatregelen moeten worden genomen ter voorkoming of beperking van de risico’s, dan wel welke maatregelen moeten worden genomen voor het herstel van de schade of de opvang van de gevolgen van aansprakelijkstelling.
4. De Minister of het college draagt zorg voor het administreren van gegevens met betrekking tot gevallen van schade en aansprakelijkheid die zich hebben voorgedaan.
5. De in het vierde lid bedoelde gegevens worden op verzoek van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan hem overgelegd.