BWBR0020580
Geldig vanaf 2006-12-15
Artikel 3
Beleidsregels kostenvergoeding subsidie milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2006
1. Kosten komen alleen voor vergoeding in aanmerking indien het directe kosten betreffen die de verzoeker noodzakelijkerwijs voor 18 augustus 2006 heeft gemaakt en betaald aan derden om voor 1 januari 2007 MEP-subsidie aan te vragen, voor zover deze kosten redelijk zijn.
2. Kosten als bedoeld in het eerste lid die na 18 augustus 2006 zijn gemaakt en betaald aan derden kunnen voor vergoeding in aanmerking komen indien voor 18 augustus 2006 door middel van een schriftelijke overeenkomst verplichtingen zijn aangegaan tot het betalen van deze kosten.
3. Onder directe kosten worden onder meer verstaan:
a. kosten die noodzakelijkerwijs zijn gemaakt voor het aanvragen van vergunningen die overgelegd moeten worden bij de aanvraag om MEP-subsidie, zoals leges en advieskosten voor onderzoeken die noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van deze vergunningen;
b. indien voor het aanvragen van MEP-subsidie een ontheffing noodzakelijk is, de kosten die voorafgaand aan deze ontheffing noodzakelijkerwijs zijn gemaakt voor de uitbreiding of renovatie van een productie-installatie.
4. Onder directe kosten worden niet verstaan de kosten die niet noodzakelijkerwijs zijn gemaakt voor het aanvragen van de MEP-subsidie, zoals kosten die zijn verbonden aan de realisatie van de productie-installatie.
5. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien en voor zover de verzoeker die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
6. Indirecte kosten waaronder in ieder geval worden begrepen financieringskosten, inkomstenderving, winstderving, gederfde subsidieopbrengsten en gederfde fiscale voordelen komen niet voor vergoeding in aanmerking.
2. Kosten als bedoeld in het eerste lid die na 18 augustus 2006 zijn gemaakt en betaald aan derden kunnen voor vergoeding in aanmerking komen indien voor 18 augustus 2006 door middel van een schriftelijke overeenkomst verplichtingen zijn aangegaan tot het betalen van deze kosten.
3. Onder directe kosten worden onder meer verstaan:
a. kosten die noodzakelijkerwijs zijn gemaakt voor het aanvragen van vergunningen die overgelegd moeten worden bij de aanvraag om MEP-subsidie, zoals leges en advieskosten voor onderzoeken die noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van deze vergunningen;
b. indien voor het aanvragen van MEP-subsidie een ontheffing noodzakelijk is, de kosten die voorafgaand aan deze ontheffing noodzakelijkerwijs zijn gemaakt voor de uitbreiding of renovatie van een productie-installatie.
4. Onder directe kosten worden niet verstaan de kosten die niet noodzakelijkerwijs zijn gemaakt voor het aanvragen van de MEP-subsidie, zoals kosten die zijn verbonden aan de realisatie van de productie-installatie.
5. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien en voor zover de verzoeker die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
6. Indirecte kosten waaronder in ieder geval worden begrepen financieringskosten, inkomstenderving, winstderving, gederfde subsidieopbrengsten en gederfde fiscale voordelen komen niet voor vergoeding in aanmerking.