BWBR0020577
Geldig vanaf 2007-02-26
Artikel 4
Regeling afsluiten elektriciteit en gas van kleinverbruikers
1. Een netbeheerder of een vergunninghouder beëindigt het transport van elektriciteit of gas naar of de levering van elektriciteit of gas aan een kleinverbruiker in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar evenmin wegens wanbetaling van de kleinverbruiker:
1°. indien de kleinverbruiker binnen een door de netbeheerder of de vergunninghouder vast te stellen redelijke termijn na de in artikel 5, eerste lid, bedoelde herinnering, een bewijs overlegt dat hij heeft verzocht om schuldbemiddeling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet, of om toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, totdat op dat verzoek negatief is beslist of, indien een schuldsaneringsregeling wordt getroffen, gedurende de looptijd van die regeling,
2°. indien de vordering van de netbeheerder of de vergunninghouder binnen de in onderdeel 1° bedoelde termijn betrokken wordt bij een lopende schuldsaneringsregeling van de kleinverbruiker, gedurende de looptijd van die schuldsaneringsregeling,
3°. indien de kleinverbruiker binnen de in onderdeel 1° bedoelde termijn een verklaring overlegt van een arts die geen behandelend arts van de betrokkene is, die inhoudt dat de beëindiging zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg zou hebben voor de kleinverbruiker of huisgenoten van de kleinverbruiker, of
4°. indien de netbeheerder of de vergunninghouder toepassing geeft aan artikel 6a, mits de desbetreffende vordering binnen een door de netbeheerder of de vergunninghouder vast te stellen redelijke termijn nadat aan artikel 6a toepassing is gegeven, is betrokken bij een schuldsaneringsregeling van de kleinverbruiker, gedurende de looptijd van die schuldsaneringsregeling.
2. Een netbeheerder of een vergunninghouder past het eerste lid uitsluitend toe nadat de in de artikelen 5, 6en, in voorkomend geval, 6a, beschreven procedure is gevolgd.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdelen 1º, 2º en 4º, kan de netbeheerder of de vergunninghouder het transport van elektriciteit of gas naar of de levering van elektriciteit of gas aan een kleinverbruiker beëindigen indien de vordering van de netbeheerder of de vergunninghouder betrokken is bij een schuldsaneringsregeling en de kleinverbruiker zijn verplichtingen met betrekking tot die vordering niet nakomt. Het tweede lid is dan niet van toepassing.
1°. indien de kleinverbruiker binnen een door de netbeheerder of de vergunninghouder vast te stellen redelijke termijn na de in artikel 5, eerste lid, bedoelde herinnering, een bewijs overlegt dat hij heeft verzocht om schuldbemiddeling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet, of om toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, totdat op dat verzoek negatief is beslist of, indien een schuldsaneringsregeling wordt getroffen, gedurende de looptijd van die regeling,
2°. indien de vordering van de netbeheerder of de vergunninghouder binnen de in onderdeel 1° bedoelde termijn betrokken wordt bij een lopende schuldsaneringsregeling van de kleinverbruiker, gedurende de looptijd van die schuldsaneringsregeling,
3°. indien de kleinverbruiker binnen de in onderdeel 1° bedoelde termijn een verklaring overlegt van een arts die geen behandelend arts van de betrokkene is, die inhoudt dat de beëindiging zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg zou hebben voor de kleinverbruiker of huisgenoten van de kleinverbruiker, of
4°. indien de netbeheerder of de vergunninghouder toepassing geeft aan artikel 6a, mits de desbetreffende vordering binnen een door de netbeheerder of de vergunninghouder vast te stellen redelijke termijn nadat aan artikel 6a toepassing is gegeven, is betrokken bij een schuldsaneringsregeling van de kleinverbruiker, gedurende de looptijd van die schuldsaneringsregeling.
2. Een netbeheerder of een vergunninghouder past het eerste lid uitsluitend toe nadat de in de artikelen 5, 6en, in voorkomend geval, 6a, beschreven procedure is gevolgd.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdelen 1º, 2º en 4º, kan de netbeheerder of de vergunninghouder het transport van elektriciteit of gas naar of de levering van elektriciteit of gas aan een kleinverbruiker beëindigen indien de vordering van de netbeheerder of de vergunninghouder betrokken is bij een schuldsaneringsregeling en de kleinverbruiker zijn verplichtingen met betrekking tot die vordering niet nakomt. Het tweede lid is dan niet van toepassing.