BWBR0020570
Geldig vanaf 2006-11-23
Artikel 5
Besluit instelling Commissie van onderzoek naar de betrokkenheid van Nederlandse militairen bij mogelijke misstanden bij gesprekken met gedetineerden in Irak
a. Personen die in dienst zijn van de Ministeries van Defensie en van Justitie verstrekken de commissie – met inbegrip van haar secretariaat – de inlichtingen die de commissie redelijkerwijs voor de uitvoering van haar taak nodig heeft.
b. De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het Ministerie van Defensie, ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht terzake, rustend op personen in dienst van het Ministerie van Defensie vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing.
c. Op de commissie rust een geheimhoudingsplicht met betrekking tot gemerkte en gerubriceerde gegevens als bedoeld sub b.
b. De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het Ministerie van Defensie, ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht terzake, rustend op personen in dienst van het Ministerie van Defensie vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing.
c. Op de commissie rust een geheimhoudingsplicht met betrekking tot gemerkte en gerubriceerde gegevens als bedoeld sub b.