BWBR0020566
Geldig vanaf 2006-11-29
Artikel 10
Regeling gebruik en installatie EU-meetinstrumenten
Automatische weeginstrumenten met een in artikel 2, onderdeel e, onder 1°,of artikel 2a van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemersbedoelde taak voldoen na ingebruikneming aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage VIII van de richtlijn meetinstrumenten, met dien verstande dat:
a. de in hoofdstuk II, onderdeel 4.1, opgenomen gemiddelde fout voor categorie X weeginstrumenten telkens met een factor 2 wordt vermenigvuldigd;
b. automatische weeginstrumenten voor metingen ter controle van voorverpakkingen die zijn samengesteld volgens de eisen van richtlijn 76/211/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 januari 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het voorverpakken naar gewicht of volume van bepaalde producten in voorverpakkingen (PbEG L 46) voldoen aan de eisen voor weeginstrumenten van categorie X, zoals bedoeld in Hoofdstuk II, onderdeel 2.1, met inachtneming van de hiervoor onder a vermelde wijziging van de maximaal toelaatbare gemiddelde fout;
c. in plaats van de in onderdeel 4.1 opgenomen maximaal toelaatbare fout van ± 1 e, ± 1,5 e en ± 2 e voor categorie Y een maximaal toelaatbare fout geldt van respectievelijk ± 1,5 e, ± 2,5 e en ± 3,5 e;
d. in plaats van de in onderdeel 4.2 opgenomen tabel inzake standaarddeviatie, de volgende tabel van toepassing is:
a. de in hoofdstuk II, onderdeel 4.1, opgenomen gemiddelde fout voor categorie X weeginstrumenten telkens met een factor 2 wordt vermenigvuldigd;
b. automatische weeginstrumenten voor metingen ter controle van voorverpakkingen die zijn samengesteld volgens de eisen van richtlijn 76/211/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 januari 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het voorverpakken naar gewicht of volume van bepaalde producten in voorverpakkingen (PbEG L 46) voldoen aan de eisen voor weeginstrumenten van categorie X, zoals bedoeld in Hoofdstuk II, onderdeel 2.1, met inachtneming van de hiervoor onder a vermelde wijziging van de maximaal toelaatbare gemiddelde fout;
c. in plaats van de in onderdeel 4.1 opgenomen maximaal toelaatbare fout van ± 1 e, ± 1,5 e en ± 2 e voor categorie Y een maximaal toelaatbare fout geldt van respectievelijk ± 1,5 e, ± 2,5 e en ± 3,5 e;
d. in plaats van de in onderdeel 4.2 opgenomen tabel inzake standaarddeviatie, de volgende tabel van toepassing is: