BWBR0020540
Geldig vanaf 01-01-2018
Artikel 7:16
Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
1. Een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst verleent als bedoeld in onderdeel b of c van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld in artikel 4:87, eerste lid, van de
wet door het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin tenminste is bepaald dat:
a. de gelden en financiële instrumenten die een cliënt toebehoren en waarop de
diensten van de beleggingsonderneming betrekking hebben, worden aangehouden op
een of meer rekeningen ten name van de cliënt bij een bank;
b. creditering of debitering van de rekening in financiële instrumenten van de
cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van
het ingevolge de nota te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor
bestemde geldrekening van de cliënt; en
c. de beleggingsonderneming uitsluitend bevoegd is om over de in onderdeel a
bedoelde gelden en financiële instrumenten te beschikken voorzover dit
noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van de beleggingsonderneming
voor de cliënt.
2. Dit artikel is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.
wet door het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin tenminste is bepaald dat:
a. de gelden en financiële instrumenten die een cliënt toebehoren en waarop de
diensten van de beleggingsonderneming betrekking hebben, worden aangehouden op
een of meer rekeningen ten name van de cliënt bij een bank;
b. creditering of debitering van de rekening in financiële instrumenten van de
cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van
het ingevolge de nota te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor
bestemde geldrekening van de cliënt; en
c. de beleggingsonderneming uitsluitend bevoegd is om over de in onderdeel a
bedoelde gelden en financiële instrumenten te beschikken voorzover dit
noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van de beleggingsonderneming
voor de cliënt.
2. Dit artikel is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.
- Citeren als
- Art. 7:16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020540
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl